maandag 18 november 2013 | 157.033x bekeken | 16x gedeeld | Leestijd: 3 minuten

Voorbij de digitale hype: jongeren, oude media en het belang van samen zijn

Bij de komst van iedere nieuwe technologie zijn er mensen die denken dat de wereld gaat veranderen. Er waren echt mensen die geloofden dat de videorecorder een democratische revolutie teweeg zou brengen. We hebben nu eenmaal de neiging om actuele ontwikkelingen, positief of negatief, te overdrijven. Momenteel zitten we midden in een digitale hype en daarom zou het onderwijs op de schop moeten. Dat is onjuist.

Jongerencultuur is niet zozeer gedigitaliseerd, alswel gemedialiseerd. Media bieden jongeren de gelegenheid te laten zien wie ze zijn. Dat kan door over media te praten (over televisie, muziek) en door media te gebruiken (dansjes doen, een boek lezen). Media zijn zo een instrument voor identiteit: je haalt er inspiratie uit wie of wat je wilt zijn, je kunt daarmee oefenen en uiteindelijk zo’n identiteit belichamen en jezelf onderscheiden van anderen.

Jongeren gebruiken media ook om mee te communiceren. Vroeger was dat nauwelijks relevant voor identiteit, maar dat verandert. De drager is ook een onderscheidingsmiddel geworden, denk maar aan het belang van het type en merk telefoon. Daarnaast communiceren jongeren steeds meer via zelfgemaakte media. Een voorbeeld is Snapchat, waarmee je aan je vrienden laat weten wat je doet & hoe het gaat door een kiekje van jezelf te versturen, eventueel voorzien van tekst of een tekening.

Niet iedereen heeft in gelijke mate toegang tot die media. Een tijdschriftabonnement is duur, ouders leggen regels op en niet iedereen begrijpt de grapjes op 9gag. Verschillen in financiële bereikbaarheid, toezicht en cognitieve, taalkundige en culturele vaardigheden zorgen voor verschillen in de mate waarop jongeren media (kunnen) gebruiken.

Hoe zit het dan met technische vaardigheden? Voor jongeren is vooral de functionaliteit van media van belang. De technologie erachter is voor velen een onbekende wereld. Het is dan ook verkeerd, zo blijkt keer op keer uit onderzoek, om jongeren van nu te zien als digital natives. De gedeelde ervaring van opgroeien met technologie klopt niet. Er zijn jongeren die uit principe geen sociale media gebruiken, vergelijkbaar met mensen die snobberig zeggen geen televisie te hebben. Daarnaast zijn niet alle jongeren even handig met technologie.

Het is niet zo dat je geboortedatum bepaalt hoe ICT-vaardig je bent. Zo ben ik uit 1976 en daarmee eigenlijk een digital immigrant, ook al zit ik vanaf mijn zesde achter computers. Slechts een derde van de Europese jongeren (van 9 tot 16 jaar) zegt dat ze meer weten over internet dan hun ouders, zo blijkt uit het EU Kids Online-onderzoek. De grootste groep jongeren bestaat uit wat onderzoeksbureau iMinds ‘multimediale pretzoekers‘ noemt. Ze uploaden foto’s en video’s, downloaden series en kijken die op hun laptop, luisteren naar muziek via Spotify. Het merendeel van deze jongeren weet niet wat een besturingssysteem is.

Het is belangrijk om jonge mensen van nu te vergelijken met jonge mensen van toen. Media zijn al vanaf het ontstaan van tienercultuur na de Tweede Wereldoorlog essentieel voor jongeren. Zij hebben immers beperkte middelen om zich te onderscheiden. Daarom ligt er in jongerencultuur zoveel nadruk op uiterlijk en media. Jongeren van nu zijn dus niet fundamenteel anders dan babyboomers toen ze jong waren, een les die ook duidelijk wordt in het boek dat ik samen met Pedro de Bruyckere over meisjescultuur schreef.

Iedere trend kent een tegentrend, dus ook digitalisering. We zien dat er een groep jongeren is die het analoge romantiseert. ‘Een Jaar Offline‘, pubquizzen, bordspelletjes spelen. Een aardig statistiekje: 78 procent van de millennials houdt van de geur van boeken. Onder babyboomers is dat 69 procent. Authenticiteit en echtheid zijn belangrijke begrippen voor jongeren. Ze willen ook (meer dan voorgaande generaties) samen zijn: samen op sociale netwerken, maar ook samen op de bank, mét hun ouders.

Wat betekent dit voor leraren? Ga niet uit van technologische mediawijsheid maar stimuleer ‘gepiel’. Opvoeders hebben de neiging om alles weg te stoppen achter filters. Dat afschermen leidt tot meer digitaal analfabetisme, terwijl onze tijd juist vraagt om meer digitale geletterdheid. Ga ook niet uit van eenvormigheid. De verschillen binnen groepen (meisjes onderling) zijn vaak groter dan tussen groepen (jongens vs meisjes). Het grootste gevaar van generatiedenken is veronderstellen dat alle jongeren van games houden, of dat alle jongeren graag Instagrammen. Onderschat tot slot het belang van offline niet. Oude media zijn belangrijk. Leerlingen willen dat school een fijne ontmoetingsplaats is. En smurfensnot bestaat nog steeds.

Linda Duits sprak tijdens Dé Onderwijsdagen over dit onderwerp. De opname van haar sessie is hier integraal terug te kijken.

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.