maandag 3 juli 2017 | 191x bekeken | 0x gedeeld | Leestijd: 8 minuten

Verslag Onderzoeksconferentie 2017 van Kennisnet en NRO over ict en onderwijs

Woensdag 28 juni was ik, samen met zo’n 700 anderen, aanwezig bij de Onderzoeksconferentie 2017 van Kennisnet en NRO in Amersfoort om op de hoogte te raken van de nieuwste inzichten van ict in het onderwijs. In de ochtend waren acht korte presentaties gepland, daarna volgde een blok met wat langere presentaties rondom een thema, na de lunch herhaalde zich dit nog een keer en er werd afgesloten met een keynote. Een dag vol onderzoeken en rapporten over onder andere programmeeronderwijs, VR en AR, sociale media, ict in het onderwijs en thema’s als multimediaal leren en toetsen in het onderwijs.

Ochtendpitches: actuele bevindingen over ict en onderwijs

In de ochtend waren acht pitches gepland, zeven gingen er door. Die waren allemaal zeer de moeite waard vond ik. Zo presenteerde Saskia Brand-Gruwel (hoogleraar Learning Sciences aan de Open Universiteit) het rapport over de effecten van programmeeronderwijs op computational thinking. Kortst mogelijke conclusie is dat er nog meer onderzocht moet worden om duidelijke uitspraken te doen. Wel wijst het erop dat er positieve verbanden gevonden worden.

Het rapport zelf biedt nog veel meer inzichten. Meest interessante van het rapport vind ik het artikel van Zhong waarin ze aangeven wat voor soort taken je leerlingen zou kunnen geven. De kern daarbij is voor mij dat je leerlingen niet altijd helemaal vanaf scratch hoeft te laten beginnen.

Zhong, onderzoeksconferentie 2017

Zhong, onderzoeksconferentie 2017

Robin de Lange (promovendus Virtual Reality in het onderwijs aan de Universiteit Leiden) ging in op zijn onderzoek rondom VR en AR. Of het effectief leermiddel is, is nog niet duidelijk. Wel ziet De Lange verschillende meerwaardes. Het kan bijvoorbeeld context bieden voor de lesstof, nieuwe tools mogelijk maken, 3D-onderwerpen natuurlijker laten onderwijzen en het kan abstracte onderwerpen intuïtiever maken. Een voorbeeld van zo’n nieuwe tool is de Tilt Brush:

Frank Huysmans (hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam) ging in op het thuisgebruik van media door jongeren. Ik vond het mooi om te zien wat jongeren liever digitaal doen, bijvoorbeeld informatie zoeken, en liever op papier, zoals langere stukken tekst lezen. Het hele rapport verschijnt pas in september.

Maaike Heitink (promovendus bij RCEC – Research Center for Examination and Certification) vertelde over de tool die ze gemaakt hebben om digitale informatievaardigheden te meten. Een tool die aansluit bij de werkelijke handelingen die een leerling moet doen en niet op papier de vaardigheden probeert te meten.

Regina van den Eijnden (universitair hoofddocent en onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht) ging in op de vraag wat de impact is van smartphone-sociale mediagebruik op schoolprestaties. Het ging daarbij vooral over de vraag wat er gebeurt als jongeren dit bij zich hebben als ze er geen gebruik van zouden moeten maken.


Dan heeft het een negatief effect. Tja, lijkt me logisch. De grafiek vond ik trouwens een schoolvoorbeeld van een verwarrende grafiek.

Veronique van der Perk (secretaris Kennisrotonde bij NRO) vertelde over de mogelijkheden van de Kennisrotonde waarbij ze onder andere voorbeelden aanhaalde over de waarde van leren schrijven op papier en de wanneer typen juist handig kan zijn.

Alfons ten Brummelhuis (strategisch adviseur onderzoek bij Kennisnet) sloot het ochtendblok af met een presentatie van de Vier in balans-monitor 2017 aan de hand van een vertelplaat. Een leuke vorm om verschillende aspecten te behandelen.

Alfons sprak daarbij over een kopgroep, peloton en staartgroep in het ict-gebruik.

onderzoeksconferentie 2017

De meest gebruikte toepassing is het digibord (door alle groepen). Het zelf ontwikkeld digitaal leermateriaal beschikbaar stellen aan leerlingen zit ergens halverwege in het gebruik. En leerlingen leren programmeren of coderen sluit het rijtje af. Niet verwonderlijk denk ik, aangezien het digibord zo’n beetje in elk lokaal hangt en programmeren net een opkomend fenomeen is.

Eerste verdiepend thema: Multimediaal Leren

In de ochtend en in de middag stonden themasessies gepland die wat dieper ingingen op een onderwerp. In de ochtend was dit het thema ‘Multimediaal Leren’ en in de middag het thema ‘Toetsen in het onderwijs’.

In de ochtend werd vanuit vier onderzoeken het thema multimediaal leermateriaal belicht. Jeanet Bus (hoogleraar taal, literatuur & communicatie van de Vrije Universiteit Amsterdam) lichtte samen met Christiaan Coenraads (eigenaar van Het Woeste Woud en digitaal expert taalverwerking en storytelling) onderzoek toe op het gebied van levende prentenboeken.

Elk jaar horen we hier wel iets over (en de voortgang vind ik leuk om te horen). Nu werd onderzocht of het uitmaakte of je als kind zelf het tempo van het verhaal kon bepalen door gebruik te maken van een voor- en achteruit knop. Elke keer blijkt dat effecten bij kinderen die een taalachterstand hebben groter zijn. Het is dus goed om voor die doelgroep dit soort boeken in te zetten. Anouk Wezendonk-Brouwer, masterstudent aan de Universiteit Utrecht, lichtte haar onderzoek toe waarin duidelijk werd dat levende prentenboeken effectiever zijn voor NT2-leerlingen als ze het levende prentenboek eerst in de eigen moedertaal bekijken en daarna pas in het Nederlands.

Vincent Hoogerheide (postdoc onderzoeker aan de Universiteit Utrecht) lichtte het onderzoek toe dat hij doet naar het leren van videobeelden. En daarbij dan vooral hoe je effectieve video’s om te leren maakt.

Wat blijkt: zichtbaarheid en sekse in een video maakt niet zo veel uit. Wel of het een jongere of oudere persoon is. Een volwassen model leidt tot hogere opbrengsten dan leeftijdsmodel.

Andere leuke uitkomsten uit het onderzoek waren dat het perspectief uitmaakt. Het blijkt dat het eerste persoonsperspectief handiger is dan het derde persoonsperspectief. Ook als je zelf op video iets moet uitleggen levert dit hogere leeropbrengsten op dan als je het alleen uitlegt op papier.

Jeroen van Merriënboer (hoogleraar bij de School of Health Professions Education aan de Universiteit Maastricht) vatte alle onderzoeken mooi samen door het op te hangen aan de kapstokken presenteren, oefenen en feedback. Zelf gaf hij verschillende voorbeelden waarin multimedia een rol speelde. Zoals de medische simulatie ABCDESIM.

Tweede verdiepend thema: Toetsen in het onderwijs

Na de lunch volgde het thema ‘Toetsen in het onderwijs’. Het thema was flink wat taaier en sloot naar mijn idee niet zo goed aan op de opzet van de dag, namelijk: actueel onderzoek belichten waaruit lessen getrokken kunnen worden die je de volgende dag direct zou kunnen toepassen.

Het thema werd afgetrapt door Jaap Scheerens (emeritus hoogleraar onderwijsorganisatie & management aan de Universiteit Twente) die inging op de vraag welke rol toetsen hebben bij de opbrengsten van het onderwijs.

De conclusies:

Belangrijkste conclusie naar mijn idee was dat examens een positief effect hebben op prestatie motivatie.

Marinka Drost (Docentplus) presenteerde de online omgeving RTTI-online. RTTI-online omschrijft zichzelf als:

“Hét overkoepelende digitale methode-onafhankelijke dashboard dat de ontwikkeling van de leerling over de vakken en methodes heen samenbrengt en stimuleert, met of zonder cijfers. Feedback op maat voor de leerling, docent, vakgroepleider, teamleider en schoolleider. Genereer met één druk op de knop een mentor-, vak- en vergaderoverzicht ter ondersteuning van effectieve leerlingbesprekingen, vakgroepoverleg, rapportvergaderingen en mentorgesprekken. Aantoonbaar ontwikkelingsgericht werken met direct optimaal effect op de ontwikkeling van de leerling.”

Er wordt inzicht geboden in het type feedback dat voor een leerling noodzakelijk is. Afhankelijk van hoe gescoord wordt op RTTI: Reproductie van kennis, Toepassen van kennis in een vertrouwde context, Toepassen van kennis in een nieuwe context en Inzicht en Innovatie.

Een interessante tool denk ik. Wel een wat pittige presentatie.

Theo Eggen (hoogleraar aan de Universiteit Twente en wetenschappelijk directeur bij RCEC) en Anton Béguin (wetenschappelijk directeur van Cito) gingen in op het fenomeen multi-segment adaptief toetsen. Voorbeelden hiervan zijn de Wiscat toets voor pabo-studenten, een adaptieve centrale eindtoets en een toets van CITO over spelling.

Ook benoemden ze kort de tool Groeimeter.

“Met Groeimeter zie je snel welke leerdoelen je leerlingen beheersen én selecteer je makkelijk aan welke doelen ze mogen werken. Leerlingen werken aan de leerdoelen en bepalen zelf wanneer zij klaar zijn om hun kennis en vaardigheden te demonstreren. Dit doen ze door een opdracht te maken; bijvoorbeeld een gesprek voeren, een tekening maken of het beantwoorden van zeven vragen online. Na afloop kunnen ze checken of ze het juiste antwoord hebben gegeven. Ze zien dan ook direct dat ze zijn gegroeid en wat hun volgende leerdoel is.”

Ook deze presentatie vond ik niet helemaal aansluiten bij de opzet van de dag. Wat mij betreft hadden ze meer over de Groeimeter mogen zeggen.

Keynote: Yuri van Geest over Singularity University

Op het programma stond Patty Valkenburg, maar die was helaas door omstandigheden verhinderd. Ze werd vervangen door Yuri van Geest. Yuri sprak over Singularity University en zijn betrokkenheid bij de Nederlandse variant.

“SingularityU The Netherlands consists of the Dutch Alumni of Singularity University, a benefit corporation committed to creating positive and sustainable global impact. We create programs to give people the tools and guidance to understand and apply cutting-edge technologies. This enables them to reimagine and reinvent their industries, companies, careers and lives.”

Een interessante club die onder andere de Global Grand Challenges stelt.

Conclusie Onderzoeksconferentie 2017

Er was een groot verschil tussen het ochtend- en middagprogramma. In de ochtend waren de pitches en daarna kwamen de langere thema’s. Ik hoorde verschillende mensen aangeven dat ze de pitches het interessants vonden (ik sluit me hierbij aan). Zeker als het draaide om actueel onderzoek. Het toetsdeel sloot naar mijn idee niet zo goed aan. Jammer, want dat is zeker ook belangrijk. Maar misschien had dat onderdeel beter ook in de vorm van actuele onderzoekspitches kunnen plaatsvinden. Nu voelde ik me beland in de banken van de studie onderwijskunde: heel interessant maar voor die dag niet zo goed passend.

Reacties 1

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.