donderdag 23 oktober 2014 | 402x bekeken | 16x gedeeld | Leestijd: 4 minuten

Stop met zoeken, begin met vragen!

‘Even googelen…’ Hoe vaak komt het niet voor dat je je telefoon uit je zak haalt om snel iets op te zoeken? Zelfs als Google niet de startpagina van je browser is, zie je waarschijnlijk als je internet opstart toch als eerste een zoekbalk. Je moet er niet aan denken dat het anders zou zijn, hoe zou je in die zee van informatie ooit je weg kunnen vinden? Inmiddels weten we wat er nog meer achter zit.

De onthullingen door Edward Snowden over PRISM en de NSA laten zien hoe wijdvertakt de controle is met behulp van digitale diensten als Google en Facebook en de directe banden die zij hebben met overheidsinstanties, niet alleen in de VS maar ook in Nederland. Een belangrijk issue als het gaat om privacy. Denk maar eens aan wat je allemaal opzoekt online: niet alleen feitjes (hoe heette die acteur ook alweer die een Gouden Kalf won?) of onderzoek naar studiebronnen (in welk jaar werd de eerste film met geluid vertoond?), maar ook twijfels over liefde (ben ik raar als…), symptomen van mogelijke ziektes (wat betekent dat bultje daar…) of misschien zelfs filmpjes van terroristische acties (puur uit nieuwsgierigheid natuurlijk). Al die informatie wordt opgeslagen en ten gelde gemaakt.

Wat betekent het dat 95% van het Nederlandse marktaandeel in online zoeken in handen is van een Amerikaanse, commerciële zoekmachine die werkt op onbekende algoritmes?

Zoeken op het web is zo gewoon geworden dat we er niet meer bij stilstaan

Dat is nu juist het problematische: we nemen de zoekmachines voor lief, terwijl het steeds minder zichtbaar is hoe ze hun werk doen. De witte, neutrale uitstraling van Google versterkt dat alleen maar. Net als de razende snelheid waarmee zoekresultaten binnen milliseconden op je scherm komen, alsof het doorzoeken van het web geen enkele moeite kost. Zoekmachines verdienen echter een aandachtige blik, juist omdat ze de voornaamste ingang tot kennis zijn en zo een grote invloed hebben welke kennis we tot ons nemen en daarom ook hoe je naar de wereld kijkt.

We gebruiken zoekmachines zoals Google of Bing (of YouTube of Twitter) alsof het neutrale, objectieve tools zijn. Terwijl er steeds meer duidelijk wordt over de filterende en selecterende functie ervan, met als achterliggend doel zoveel mogelijk winst te genereren. Het verzamelen van data staat in dienst van de commerciële belangen, zoveel is zeker. Maar hoe het precies werkt en welke algoritmes Google hanteert om dit voor elkaar te krijgen, blijft geheim. Wel zijn we ons steeds meer bewust van de sturende rol die Google heeft in wat we online vinden en dus lezen of bekijken. (Die rol gaat overigens steeds verder door ook te sturen wat we zoeken, via tools zoals autocomplete die je zoekopdracht aanvullen nog voor je hem zelf tot het eind hebt kunnen formuleren.)

Het concept van de ‘filter bubbel’ zoals beschreven door Eli Pariser is inmiddels redelijk bekend: door slimme algoritmes en het verzamelen van data over onder meer je zoekgeschiedenis en locatie, krijgt de gebruiker van een zoekmachine op maat gesneden resultaten te zien. Handig toch? De andere kant van het verhaal is dat je daardoor verstoken blijft van informatie die buiten je ‘filter bubbel’ valt. Op den duur zou dat betekenen dat je kennis en perspectief beperkt en onvolledig blijft.

Is het vreemd dat we niet meer weten over zoekmachines?

Zoekmachines en de manier waarop ze werken mogen haast onzichtbaar zijn, ze zijn wel alomtegenwoordig. Dat is goed te zien op de wereldkaart ‘Age of Internet Empires‘ van Mark Graham en Stefano De Sabbata. Die toont de verdeling van de meest bezochte websites per land. Conclusie: de helft van de internetters (bij elkaar 1 miljard mensen) woont in een land waar Google de meest bezochte website is, terwijl de Chinese zoekmachine Baidu nog eens een half miljard mensen bereikt. Dat is bij elkaar opgeteld heel wat meer dan sociaal medium Facebook, dat weliswaar in vijftig landen de grootste is, maar bij elkaar ‘slechts’ 280 miljoen mensen. Als voor zoveel mensen een zoekmachine de ingang van het web vormt, waarom weten we er dan niet meer over? Is dat niet vreemd, zeker in een omgeving als het hoger onderwijs? Wie begint zijn zoektocht naar kennis nog ergens anders dan op Google? Wat zou je immers zonder moeten doen?

Er is een wereld voorbij Google, zowel geografisch, cultureel en technologisch. Die is zeker nog geen werkelijkheid. Daarom kunnen we die wereld maar beter zo goed mogelijk proberen te begrijpen. Natuurlijk wil niemand terug naar de tijd voor Google, het gemak waarmee zoveel informatie ontsloten wordt is ongekend en van onschatbare waarde. Maar is de prijs van het gemak van informatie at your fingertips? Zouden we ooit bereid zijn daar iets van op te geven? Of is mediawijsheid en bewustwording een voldoende waarborg tegen een al te makkelijke houding tegenover online zoeken? Wat vinden jullie?

Dit stuk is overgenomen uit het Society of the Query Magazine: tien artikelen over online zoeken, een tablet-uitgave die gratis te downloaden is via www.query.dmci.hva.nl

Lees ook:
» Voor scholen: leermiddelengids met basis doorlopende lijn informatievaardigheden gereed
» Brochure: Slimmer Zoeken, informatievaardigheden op de basisschool
» Brochure: Beter leren door informatievaardigheden in het vmbo
» Boekrecensie – We worden steeds slimmer

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.