vrijdag 11 april 2014 | 785x bekeken | 18x gedeeld | Leestijd: 3 minuten

Sharenting: overal waar ‘te’ voor staat is niet goed

Sinds mijn vorige post over het recht van kinderen op vrije tijd, ruimte en vergeten heb ik geen foto’s van mijn kinderen via sociale media gedeeld. Door allerlei verkregen inzichten ben ik geen sharent meer. Dit is (nog) geen principiële keuze, zoals bij Remco Pijpers (‘Mijn kind niet online‘) en Gemma Steeman (‘Kinderen hebben geen recht op online privacy‘). Ik merk vooral dat momenteel de behoefte om foto’s openbaar te delen ontbreekt. En dat ik mijn intrinsieke motivatie afzet tegen de eventuele gevolgen. De volgende keer dat ik wellicht een foto deel heb ik in ieder geval goed nagedacht over een aantal zaken: 

1) Het recht op privacy
Kinderen hebben recht op privacy. Gemma Steeman beschrijft het mooi in een reactie op mijn oproep: “Het recht om af en toe alleen te zijn, en om je gedachtes, verlangens en wensen voor jezelf te houden. Dat heb je nodig om te kunnen worden wie je wilt zijn. En als (professioneel) opvoeder moeten we kinderen de beschermde omgeving bieden waarin dat kan. Het is simpelweg niet aan ons om te beslissen hoe een ander (je kind of leerling) over 10 jaar gevonden wil worden op internet.”

Als ik toch een foto plaats schend ik dit recht op privacy. Wanneer is dit geoorloofd? In het artikel ‘De digitale voetafdruk van baby’s & peuters van nu‘ op Marketingfacts.nl worden risico’s als digitale pedofilie en schaamte op latere leeftijd besproken. Dus geen foto’s plaatsen van je kinderen in zwemkleding óf van situaties die 10 jaar later als gênant kunnen worden gezien. Het gaat om het maken van bewuste keuzes. Wat plaats je wel of niet en waarom?

2) Andere invalshoek
De reactie van Marja Terpstra op mijn oproep vond ik erg interessant. Zij bekijkt het vraagstuk vanuit een andere invalshoek: “Maar hoe goed we ook nadenken, we doen dit wel in de kaders van nu. Het kan dus arrogant zijn om te denken ‘Voor mijn kind is het vervelend als ik nu de beslissing neem op informatie over hem/haar op internet te zetten.’ Misschien ontneem je je kind wel iets als je dit juist laat! Wellicht is het in de toekomst van groot belang (ik hoop voordelig) dat er bepaalde informatie over jou te vinden is uit dit tijdperk. Dit kunnen wij nu moeilijk inschatten. Net als het antwoord op de vraag: “Wat komt er na internet?””

Tips die je als ouder of professional ter harte kunt nemen
Hoe kunnen we beter nadenken over wat we wel en niet online zetten? Hoe bewaak je je online identiteit? In de nieuwe brochure Kinderen en online privacy van Digibewust, Mijn Kind Online en Kennisnet staan:

  • 10 tips voor ouders om met je kind in gesprek te gaan over het bewaken van je online identiteit 
  • 10 tips voor jonge gebruikers. Richt jij je met jouw product of dienst op de jonge doelgroep? Neem deze tips eens met ze door.
  • 10 tips voor leerkrachten. Leerkracht Tessa van Zadelhoff: “Ik vraag me altijd af: mogen mijn moeder, buurvrouw en baas dit lezen?”

Deze tips kunnen ook helpen in de afweging wel of geen informatie te plaatsen. ‘Google samen eens op de naam van je kind’, is één van de tips die als een enorme eyeopener kan dienen. Misschien heb je namelijk wel het idee dat alles goed is afgeschermd, maar blijken er toch nog deuren open te staan, bijvoorbeeld in bepaalde instellingen in Facebook.

Gedachten als deze laten ook bij mij de deur open voor een nieuwe post over mijn kids. Maar een sharent ben ik niet meer. Een sharent is ‘a parent who overshares’. Die dus te veel deelt; de echo, de eerste keer op het potje en het rapport. Overal waar ‘te’ voor staat is niet goed. Behalve voor ‘tevreden’ en ik hoop dat mijn kinderen over 10 jaar tevreden zijn met de keuzes die ik heb gemaakt in hun digitale voetafdruk.

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.