donderdag 2 oktober 2014 | 395x bekeken | 9x gedeeld | Leestijd: 2 minuten

Robots: bedreiging voor banen of banenmotor?

En ineens stond het op de voorpagina van de Volkskrant. Na weken van brandhaarden, aanslagen, onthoofdingen en bedreigingen op de voorpagina van de krant nu een andere bedreiging. Robot bedreigt veel banen aldus de alarmerende kop boven het artikel. Wat is er aan de hand? Nederland moet zich schrap zetten voor een toekomst waarin er voor veel mensen geen betaald werk meer zou kunnen zijn, aldus minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 

Boosdoeners

Computers en robots zijn de boosdoeners. “Want”, aldus Asscher, “ze zijn nooit ziek en vragen nooit om loonsverhogingen”. Een aanzienlijk deel van de bestaande banen dreigt de komende decennia te verdwijnen. Niets nieuws! Zo voorspelde de econoom John Maynard Keynes al in de jaren dertig van de vorige eeuw ‘technologische werkeloosheid’. Automatisering neemt het over van de mens met alle gevolgen van dien. Maar leert de geschiedenis ons ook niet dat we een verschuiving te zien krijgen van werkgelegenheid. Door innovatie nieuwe banen. En ja het klopt, we zijn allang geen agrarische samenleving meer. Tegenwoordig leven we in een kennissamenleving. Voor wie in de omgeving van Eindhoven woont: de berichtgeving op de voorpagina van het Eindhovens Dagblad: Innovatie banenmotor. Volgens die krant levert de zoektocht naar slimmere en betere robots juist duizenden banen op.

Slavenarbeid

Het woord robot komt van het Tsjechische ‘robota’ dat zoiets als ‘slavenarbeid’ betekent. Een robot is eigenlijk niets anders dan een systeem met feedback, waarbij sensoren en actuatoren gebruikt worden. En behalve in de productie worden robots tegenwoordig op allerlei plaatsen ingezet. Robots zijn geschikt om operaties uit te voeren of te helpen uitvoeren. Zo kan een robot dankzij zijn vaste ‘hand’ nauwkeurig gedefinieerde bewegingen maken. Maar laten we vooral nog even naar de historie kijken. Naar de Twentse katoenindustrie bijvoorbeeld. De katoenindustrie is een vroeg voorbeeld van industriepolitiek van de overheid. Na de afscheiding van België in 1830 zocht men naar mogelijkheden om in het noorden de katoennijverheid te stimuleren. 

Lage Lonen

Men koos voor Twente vanwege de arbeidskrachten door de relatieve overbevolking; hierdoor waren de lonen laag. Ander bijkomend voordeel; de boerenbevolking was van oudsher al vertrouwd met weven en spinnen als huisarbeid. Een Britse adviseur, Thomas Ainsworth, kwam met een duidelijk plan: op speciaal op te richten weefscholen zouden de nieuwe arbeiders snel de moderne technieken van het handspinnen en weven kunnen leren. Het spinnen werd het eerst gemechaniseerd. Na 1865 zette de mechanisatie zich snel door. De simpele ‘spinning jenny’ werd geleidelijk vervangen door de efficiënte ‘ringspin’ machine en grote mechanische weefgetouwen. De belangrijkste afzetmarkten waren het nabije Duitsland en Nederlands-Indië. Maar heeft de mechanisatie nu gezorgd voor de teruggang van de textielindustrie in Twente? Nee, de voornaamste reden: de productie werd verplaatst naar de lagelonenlanden.

Wat was ook al weer de betekenis van het woord ‘robota’?  Juist ja: slavenarbeid.

Dit artikel verscheen eerder op de website van techyourfuture.nl.

Lees ook:
» De Netwerkmaatschappij deel 4: Het tweede machine tijdperk
» De netwerkmaatschappij deel 2: wat betekent de automatisering voor onze toekomst?

Reacties 1

  1. roelandsmeets

    Ik kan het niet laten te reageren op je blog, Geerle want:

    * de automatisering, de robotisering hebben eerder al op de voorpagina van kranten gestaan, in het begin van dit jaar toen het inderdaad pessimistische rapport van o.a. Frey uitkwam.

    * Asscher heeft gelijk als hij zegt dat veel van de bestaande banen bedreigd worden. De vraag is echter of, en wanneer, er nieuwe werkgelegenheid komt.

    * Ionica Smeets geeft in de Volkskrant van afgelopen weekend een toevoeging op de door jou aangehaalde uitspraak van Keynes. Keynes zegt namelijk ook dat de technologische werkeloosheid slechts “een tijdelijke fase van onevenwichtigheid” zal zijn en dat op de lange termijn de mensheid het economische probleem zal oplossen.

    En daar gaat het om Veerle dat we de leerlingen van nu voorzien van onderwijs dat hen kan helpen om de technologische vooruitgang bij te benen, in die “tijdelijke fase van onevenwichtigheid”, want die kan wel even duren..

    Dat is nogal een uitdaging, vandaar dat er nu allerlei vernieuwende initiatieven in het onderwijs gaande zijn. En de mediacoaches en -thecarissen zullen zich voorlopig ook moeten blijven aanpassen aan de omstandigheden……

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.