×

We willen graag weten wat je van dit artikel vindt.

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10

Je bijdrage wordt volledig anoniem verwerkt. Bedankt!

Ik wil nu niet meedoen.
vrijdag 7 september 2018 | 148x bekeken | Leestijd: 3 minuten

Onderzoek naar sharenting: hoe zien ouders de privacy van hun kind?

Kinderen groeien op in een digitaal tijdperk en dat betekent automatisch dat ouders hen digitaal moeten opvoeden. De Britse communicatiewetenschapper Sonia Livingstone leidt een groot onderzoeksproject over online privacy, waarbij het hele gezin betrokken wordt. Zo voerde haar team onder andere een studie uit naar de opvattingen van ouders over de privacy van hun kinderen. De uitkomsten op een rij.

De vragenlijst werd afgenomen onder 2032 ouders met kinderen in de leeftijd van 0 tot 17 jaar. Het gaat om mensen uit het Verenigd Koninkrijk, waar ouders (net als in België) meer beschermend zijn als het gaat om het online gedrag van hun kinderen dan in Nederland (wij zijn ‘gesteunde risicoverkenners’, zie deze blogpost). Een ander verschil is dat de internetdekkingsgraad in het Verenigd Koninkrijk lager ligt dan bij ons. Dat blijkt bijvoorbeeld ook het hoge percentage (meer dan 10 procent) dat aangeeft niet online te gaan wegens een zwak internetsignaal in hun buurt.

Privacyzorgen vormen een belangrijke reden voor de ondervraagde ouders om niet online te gaan: 17 procent noemt dit. Tijdgebrek is de meest voorkomende reden (26%), de nummer 3 is ‘het is niet voor mensen zoals ik’.

Hoe vaak doen ouders aan sharenting?

  • Driekwart van de ouders deelt foto’s van hun kinderen online – met een lelijk woord heet dit sharenting. Ruim de helft daarvan zegt dat alleen te doen met familie en vrienden (<20 mensen). Slechts 10 procent zegt dit te doen met meer dan 200 contacten en 3 procent doet het wel eens op een openbaar platform. Kritische noot hierbij is of ouders wel weten met wie ze wat delen. Wellicht was het beter hier te vragen naar platform: deel je via WhatsApp(groepen), via Facebook, via Instagram?
  • Sharenting is een functie van leeftijd: 60 procent van de ouders deelt foto’s van kinderen onder de 4 jaar, 47 procent van kinderen tussen de 13 en 17.
  • Een kwart van de ouders die wel eens foto’s delen doet dit vaak: minimaal eens per week iets. 63 procent geeft aan in de laatste maand 1-9 beelden te hebben gedeeld, 12 procent 10-29 beelden.
  • Hoe jonger de ouders en hoe hoger opgeleid, hoe meer ze sharenten. Geslacht speelt daarbij geen rol.
  • Opmerkelijk: 9 procent van ouders die eerder in de vragenlijst hadden aangegeven dat ze wel eens een foto van hun kind hadden gedeeld, antwoordde op een andere vraag dat ze dat nooit hadden gedaan.

Wat zijn hun overwegingen?

  • De helft van de sharenting ouders doet dit om contacten met familie en vrienden te onderhouden. Vooral moeders en ouders van jonge kinderen zeggen dit.
  • Een kwart geeft aan weinig kwaads te zien in sharenting. Dat betekent dat driekwart dat wel ziet.
  • Een kwart heeft van te voren aan hun kind gevraagd of ze hun beeltenis mochten delen. Logischerwijs zijn dit vooral ouders van tieners, maar ook vaders en oudere ouders geven dit vaker aan.
  • Slechts 5 procent heeft wel eens spijt gehad van sharenting. Dit zijn vooral vaders en hoogopgeleide ouders.
  • De ouders die het meest bezorgd zijn om privacy, zijn ook de ouders die het meeste delen. Zij zijn vaker door hun kind gevraagd om een foto te delen én zij hebben vaker met het kind overlegd voordat ze de foto deelden.

(Privacy)vaardigheden

  • Ouders hebben meer vertrouwen in hun eigen privacyvaardigheden dan in die van hun kinderen.
  • 58 procent van de ouders kan hun instellingen aanpassen, 57 procent kan mensen uit hun contacten verwijderen en 53 procent kan beslissen welke informatie ze online delen. Moeders rapporteren vaker dat ze dit beheersen dan vaders (vaders vinden zichzelf beter in creatieve vaardigheden zoals programmeren en content maken). Hoger opgeleide ouders en ouders van jonge kinderen rapporteren meer vaardigheden.
  • Meer dan de helft van de ouders van kinderen van 9-17 jaar denkt dat hun kinderen mensen uit hun contactenlijst kunnen verwijderen, de helft dacht dat ze hun instellingen kunnen aanpassen. 44 procent achtte kun kinderen in staat te kunnen beslissen welke informatie te moeten delen online.
  • Veel ouders vinden dat hun kinderen niet in staat zijn zelfstandig het internet te gebruiken en vinden dat ze het recht hebben hun kind te controleren. Dit leidt tot monitoring van het gedrag van kinderen. Hoe ouder het kind, hoe meer ouders vinden dat het recht heeft op privacy – zie de figuur hieronder.

Dit artikel verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.