×

We willen graag weten wat je van dit artikel vindt.

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10

Je bijdrage wordt volledig anoniem verwerkt. Bedankt!

Ik wil nu niet meedoen.
donderdag 19 april 2018 | 1074x bekeken | Leestijd: 3 minuten

Onderzoek: leraren hebben grote behoefte aan bijscholing mediawijsheid

Sinds begin dit jaar zijn de ontwikkelteams die zich over het nieuwe curriculum buigen druk bezig om de inhoud van het primair (po) én voortgezet onderwijs (vo) opnieuw vorm te geven. Dat mediawijsheid als onderdeel van digitale geletterdheid een plek in dit nieuwe curriculum krijgt, is een prachtige mijlpaal voor de (onder meer aan Mediawijzer.net verbonden) organisaties die hier al zo lang voor pleiten. Het is de erkenning dat mediawijsheid en digitale geletterdheid cruciaal zijn om kinderen en jongeren op te laten groeien tot actieve en betrokken burgers. Toch zal het nog wel even duren voordat alles is ingevoerd én daadwerkelijk vruchten afwerpt.

Om goed zicht te krijgen op hoe het er nu voor staat, heeft Mediawijzer.net onderzoek laten doen naar hoe leraren én scholen in het primair en voortgezet onderwijs met mediawijsheid omgaan. Uitgevoerd door het onafhankelijke onderzoeksinstituut KBA Nijmegen betreft het grotendeels een herhaling van onderzoek dat in 2010 is verricht. Aan de enquête deden deze keer zo’n 1200 docenten mee uit het flitspanel van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Met dit artikel delen we de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek.

Leraren zijn kritisch over mediawijsheid leerlingen

Volgens de deelnemers aan de enquête zijn de vaardigheden van leerlingen op diverse gebieden van mediawijsheid sinds 2010 nauwelijks toegenomen. Volgens bijna de helft van de docenten beheerst slechts een minderheid van de leerlingen over voldoende informatievaardigheden. Ook zijn veel leerlingen zich volgens de respondenten onvoldoende bewust van de risico’s van internet en wapenen zij zich daar onvoldoende tegen. Als reden voor het tekortschieten, wijzen docenten vooral naar een gebrek aan mediaopvoeding thuis (po: 58 procent / vo: 66 procent) en ‘verkeerd’ gebruik van het internet (po: 38 procent / vo: 58 procent), bijvoorbeeld alleen maar voor ontspanning.

Mediawijsheid is belangrijk, maar krijgt te weinig aandacht

Lessen in mediawijsheid zijn volgens een grote meerderheid van de leraren in het po (84 procent) en het vo (76 procent) belangrijk tot zeer belangrijk. Volgens de respondenten is aandacht voor mediawijsheid met name nodig om risico’s zoals pesten of het verspreiden van beschadigende filmpjes te voorkomen, goed burgerschap te stimuleren en ervoor te zorgen dat leerlingen volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Tegelijkertijd vindt een meerderheid van de docenten dat ze in hun lessen te weinig tijd aan mediawijsheid besteden.

Dit beeld komt overeen met het beeld uit ander internationaal onderzoek, weet Ed Smeets van KBA Nijmegen. “Uit internationale ranglijsten bleek eerder al dat docenten in Nederland minder aandacht aan de informatievaardigheden van hun leerlingen besteden”, zo zegt Smeets. De onderzoeker wijst er daarnaast op dat een vak zoals informatiekunde of informatievaardigheden in de onderbouw van het voortgezet onderwijs geen officieel vak (meer) is, terwijl dat in veel andere landen wel het geval is.

Veel behoefte aan bijscholing

Voor zo’n 80 procent van de respondenten is de aanwezigheid van voldoende kennis bij leraren de belangrijkste voorwaarde om leerlingen mediawijsheid bij te brengen. Ook voldoende ICT-voorzieningen en beschikbare lestijd worden vaak als randvoorwaarden aangewezen. Zowel in het po (65 procent) als het vo (61 procent) zegt een meerderheid van de leraren behoefte te hebben aan na- en bijscholing op het gebied van mediawijsheid.

“Het is goed om te zien dat er bij leraren steeds meer oog is voor het belang van mediawijsheid”, zo zegt Mary Berkhout, programmadirecteur van Mediawijzer.net. “Maar tegelijkertijd geven leraren aan dat het ze aan tijd én kennis ontbreekt om ermee aan de slag te kunnen gaan. Daarom is het zaak dat de na- en bijscholingsmogelijkheden voor leraren worden verruimd, in ieder geval totdat digitale geletterdheid een vast onderdeel is geworden van het curriculum en zo nodig ook daarna”, aldus Berkhout.

Thuis en op school het gesprek aangaan

Het is van groot belang ook ouders en opvoeders actief bij het onderwijs in digitale geletterdheid te betrekken, vindt Berkhout. “Mediawijzer worden gaat niet vanzelf: dat moet je aanleren. Daarvoor heb je school én thuis nodig”, zo zegt de programmadirecteur.

“Het is heel belangrijk dat zowel ouders als leraren het gesprek over mediawijsheid met hun kinderen en leerlingen aangaan. De verschillende generaties praten te vaak langs elkaar heen als het om mediawijsheid gaat, en leren daardoor te weinig van elkaar. Dat is echt een gemiste kans”, aldus Berkhout.

» Lees meer over het onderzoek en download het rapport

Reacties 5

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.