donderdag 24 juli 2014 | 639x bekeken | 18x gedeeld | Leestijd: 4 minuten

Nieuwswaarde vs. privacy; wat weegt zwaarder bij het geven van een ‘gezicht aan slachtoffers’?

In de Telegraaf dit weekend stond een artikel “Gezichten van de tragedie”. Zoals de titel al doet vermoeden, kon je verschillende foto’s van de slachtoffers van de vliegramp MH17 zien. Verbaasd over hoe de Telegraaf aan deze foto’s komt en de wetenschap dat enkele zeker van Facebook afkomstig zijn, dringt de volgende vraag zich aan mij op: Zijn foto’s geplaatst op sociale media niet alleen voor iedereen ‘to see’ maar ook voor iedereen ‘to publish’?

Vraag aan de bron
Behalve dat ik mij afvraag of het wettelijk is toegestaan om foto’s van sociale media ‘zomaar’ te gebruiken, speelt er nog een tweede vraag: Waarom ziet een krant het als hun taak om de slachtoffers ‘gezichten te geven’? Mijn zoektocht naar het antwoord begint dan ook bij de Telegraaf zelf. Ik heb de TMG groep gebeld en met een redacteur van de fotoafdeling van de Telegraaf gesproken. Hoewel de redacteur erkent dat de Telegraaf wel eens bewust kiest voor sensatie, is het in dit geval “recht uit het hart”. Daarnaast meent hij dat ze op juridisch vlak niets verkeerd doen, want deze foto’s van sociale media zijn al openbaar gemaakt en daarbij ook toegankelijk voor iedereen (met Facebook).

Maar, is dit zo simpel? Is een (niet professionele) foto die je online plaatst door iedereen te hergebruiken? Welke rechten heb je als je er niet meer bent? En, wat weegt in zo’n geval zwaarder; de nieuwswaarde van zo’n krantenbericht of de privacy van de geportretteerde?

Online zoektocht
Een online zoektocht levert dan ook niet meteen een sluitend antwoord op. Logisch ook, want portretrecht is geen ‘zwart-wit’ gegeven en is onderhevig aan vele factoren zoals de situatie, belangen en zoals genoemd de nieuwswaarde en privacy. Zo valt op de website van Justitia (in het geval van een niet in opdracht gemaakt foto) het volgende te lezen:

Bij privacy gaat het om de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
Het privacybelang van de geportretteerde zal moeten worden afgewogen
tegen een ander belang, bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting van
degene die het portret heeft gepubliceerd (dit kan de maker zijn of een
willekeurige derde). Het zijn de omstandigheden van het geval die bepalen
of de vrijheid van meningsuiting van de makers het zwaarst moet wegen.

In het geval van de Telegraaf zijn de foto’s van Facebook dus gepubliceerd door een willekeurige derde en dus moet er afgevraagd worden of de persoonlijke levenssfeer is geëerbiedigd. Hoewel dit mijn vraagtekens bij de publicatie van de Telegraaf wel vergroot, is het lastig een antwoord te formuleren.  

Toelichting van juriste Charlotte Meindersma
Na het lezen van het artikel Rust er Auteursrecht op Social Media Content van Charlotte Meindersma, benader ik haar met de vraag hoe de Facebook, de Telegraaf, portretrecht, nieuwswaarde en media en privacy zich verhouden tot het portretrecht van de geportretteerde. Volgens haar is het begrijpelijk dat enkele meer bekende figuren in het artikel van de Telegraaf staan met foto, en is hier de nieuwswaarde dan ook duidelijk. Echter, foto’s van ‘onbekende’ burgers brengen deze extra nieuwswaarde volgens Meindersma niet met zich mee. De tekst die onderdeel is van het artikel van de Telegraaf wordt meer gebruikt als voorbeeld en in dit geval redeneert Meindersma dan ook dat dit artikel vooral lijkt te gaan om sensatiezucht. Meindersma plaatst hier wel twee kanttekeningen bij, namelijk: Dat dit bij een regionale krant weer anders zou kunnen liggen (als de geportretteerde daar uit de buurt zou komen bijvoorbeeld) en dat de uitkomst per rechter kan verschillen omdat het in het geval van het artikel van de Telegraaf een grensgeval is.

Kortom, de publicatie van de Telegraaf ligt erg op het randje en het is nu aan de media, maar ook de samenleving hoe er met deze nieuwe ontwikkelingen wordt omgegaan: wat publiceren we wel en niet?

Is het aan de media om slachtoffers een gezicht te geven?
De andere vraag of het de taak is van kranten om slachtoffers inderdaad ‘een gezicht te geven’ is naar mijn mening op zijn minst discutabel. Het feit dat de media nu niet langer afhankelijk zijn van informatie van nabestaanden maar zelf (makkelijker) op zoek kunnen gaan naar deze informatie zet de verhoudingen tussen wat ethisch, verantwoord en nodig is op scherp. NRC Next redacteur Thomas de Veen schreef hier een interessante column over wat aanzet tot denken, getiteld Geef de slachtoffers geen gezicht. Zoals hij zegt; “Wat hen overkwam is nieuws. Zijzelf niet.”

Wat vind jij? Gaan de media hierin te ver en moet kritisch naar hun rol gekeken worden of is dit een (onvermijdelijk) gevolg van de beschikbaarheid van sociale media?

Meer interessante artikelen:
» 
Portretrecht (2012) door Charlotte Meindersma
» Een meester, een juf en hele gezinnen (2014) – Aflevering van het jeugdjournaal waarin foto’s geblurred worden (en waar Thomas de Veen in zijn artikel ook naar verwijst)
» Sociale media als hulp bij duiding van het nieuws (2014) door Erno Mijland
» Journalistiek en de ramp: Wat zou je willen als het om jou ging? (2014) door Hans Laroes 

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.