dinsdag 25 juli 2017 | 196x bekeken | 4x gedeeld | Leestijd: 7 minuten

De Netwerkmaatschappij deel 17: Beren op de weg

Beren op de weg zien betekent bezwaren zien of bang zijn voor onbestemde zaken. Er is een technologische revolutie gaande die ons veel goeds kan brengen. Dat vele goede dat in het verschiet zou liggen, is ons vaak genoeg voorgespiegeld. Hieronder ga ik een aantal ontwikkelingen noemen die niet goed gaan, de spreekwoordelijke beren op de weg. Deze laten zien dat de burger, de eenling, maar al te vaak de klos is als diezelfde burger verward wordt met de data die er over hem of haar bekend zijn. Welke invloed hebben grote online platformen zoals Facebook en wat betekent dat voor ons?

Wat veel ellende misschien, zo vlak voor of in de vakantie. Maar – ik beloof het – na de vakantie kom ik met een blogartikel waarin ik opsom wat wij burgers wél kunnen doen om digitale mogelijkheden alsnog een plek te geven in onze samenleving.

beren op de weg, netwerkmaatschappij

Illustratie: Roeland Smeets (klik om te vergroten)

Beren die in dit artikel aan bod komen:

  • De invloed van digitale platformen op het reilen en zeilen in onze samenleving wordt steeds groter. Die platformen leveren ons allerlei diensten, maar zij verdringen ook regionale initiatieven en onttrekken grootschalig waarde aan de samenleving als geheel.
  • De relatie overheid – burger. Het spreekt voor zich dat modelburgers niets te vrezen hebben.
  • Iedereen kan zich uiten op internet, maar dat het iedereen zou verbinden is een illusie gebleken. De commerciële en politieke grootmachten hebben namelijk de mogelijkheid te manipuleren, gek genoeg, omdat ze ook iedereen persoonlijk kunnen bereiken.

Digitale platformen

Een digitaal platform is ‘een technologische, economische en sociaal-culturele infrastructuur voor het faciliteren en organiseren van online sociaal en economisch verkeer tussen gebruikers en aanbieders, met (gebruikers)data als brandstof’ (uit: ‘De Platformsamenleving, strijd om publieke waarden in een online wereld’, blz. 11. Ik verwijs hierna met PS naar deze publicatie van het KNAW). Dat wij met onze data in feite betalen voor de diensten die grote platformen als Google en Facebook ons leveren is genoegzaam bekend. Wat zij met die data doen, dat laten ze ons niet weten. We weten wel dat ze, door die data te verhandelen, onmetelijk veel kapitaal bijeen harken. Feit is ook dat diezelfde data van onschatbare waarde voor de wetenschap zouden zijn. In de publicatie ‘Eerlijk delen. Waarborgen van publieke belangen in de deeleconomie en de kluseconomie’ (hierna ED) van het Rathenau Instituut wordt het volgende gezegd op blz. 34: ‘De concentratie van winsten en data bij een klein aantal platformen doet de vraag rijzen of een dergelijke machtsconcentratie politiek wel gewenst is. Essentiële diensten zoals vervoer en wonen, en de data hierover, worden op termijn steeds minder aangestuurd door politieke besluitvorming als internationaal opererende platformen eerst en vooral hun winsten willen maximaliseren.’

Facebook, Uber en andere megaplatformen spelen verstoppertje t.o.v. landelijke overheden. Zij claimen technologie te bieden – Uber zegt dat het bijvoorbeeld alleen maar chauffeur en klant bij elkaar brengt. In feite bieden ze wel degelijk diensten waar onze Belastingdienst echter geen raad mee weet. Ze zijn in hoge mate extractief, onttrekken waarde aan de samenleving.

Je zou zeggen: richt dan lokale platformen in die lokale diensten aanbieden – op het gebied van vervoer bijvoorbeeld. Het probleem is dat aanbieders van lokale diensten zich niet staande kunnen houden tegenover een internationaal platform dat met beleggerskapitaal gefinancierd wordt.

Een voorbeeld van hoe een digitaal platform een individu voordelig en tegelijk de samenleving nadelig kan beïnvloeden: het is financieel aanlokkelijk om (een deel van) je huis te verhuren via Airbnb. Maar als veel mensen in een stad dit doen, levert het overlast op voor de vaste bewoners; het tast de cohesie, de leefbaarheid van een stad aan en het vergroot de kloof tussen arm en rijk want alleen bezitters van woningen kunnen er beter van worden.

Publieke waarden: de relatie overheid & burger

De ontwikkelingen op het gebied van technologie gaan razendsnel en grijpen in in ons dagelijks leven. Het is de missie van o.a. het Rathenau Instituut om die ontwikkelingen in kaart te brengen. Enkele interessante inzichten van hen en andere partijen over de veranderende rol van de burger:

  • Om de rol tussen burger en overheid in balans te brengen, zou het ideaal zijn om een nieuw soort contract op te stellen tussen overheid en burger, die laatste heeft dan meer dan nu de status van partner. Maar utopisch is het wel, want het veronderstelt dat de burger zou kunnen opkomen voor zijn rechten (laat staan z’n plichten). Alleen al op het gebied van privacy blijkt dat de burger enorme steken laat vallen (zie PB blz. 151 & advies NJV).
  • Hoogleraar Recht en Informatisering Corien Prins komt in De Correspondent tot een opvallende uitspraak: ‘Ik begin er steeds meer van overtuigd te raken dat wij niet meer zo sterk moeten leunen op de rechten van de burger.’ Zij legt uit dat burgers volgens de wet weliswaar controle hebben over hun eigen persoonsgegevens. Op papier is dat heel goed geregeld, zegt Prins, maar in de praktijk kun je daar niets meer mee.
  • De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt voor ‘digitale predestinatie’, het gevaar dat mensen niet meer kunnen ‘ontsnappen’ aan het digitale profiel dat over hen is opgesteld (Opwaarderen, borgen van publieke waarden in de digitale samenleving, blz. 72 en 73).
  • En nu is de boot aan, want op 11 juli 2017 heeft onze regering besloten dat iedere burger, toch al niet meer dan een hoopje data, vanaf augustus verdacht is. Er is een ‘sleepnet’ regeling van kracht geworden waardoor alle digitale uitingen van burgers ingekeken kunnen worden door een overheid die haar burgers verwart met data.
‘Dit is de schokkende ontdekking van de Europeanen geweest na de Holocaust: dat rationele en wetenschappelijke middelen niet vanzelf het goede dienen en dat ontwikkeling niet altijd vooruitgang is. Ordening, analyse, meting, systematisering – al die middelen kunnen wreed en barbaars uitpakken. Daarom heeft het bestuur van een land of een onderneming richting nodig, waarden, principes, morele argumenten. Daarom is een politiek gesprek nodig over de bestuurlijke inzet van Facebook, kind-dossiers, patiëntendossiers, overheidsachterdeurtjes in software, dataprofielen en andere digitale middelen; een politiek gesprek waarin je het oneens kunt zijn, waarin je over waarden kunt steggelen en tot democratische afwegingen kunt komen.’ – Uit de Godwin-lezing, uitgesproken door Maxim Februari, mei 2017

Het internet als beïnvloedingsfactor, drie dingen om over na te denken:

  • Vastgesteld is dat burgers die nieuws consumeren via sociale media en zoekmachines een substantieel hogere mate ondervinden van ideologische segregatie (zie ook PS, blz. 101 & dit onderzoek).
  • Ondertussen gaat een rapport van de universiteit van Oxford nog een stapje verder: Facebook en Twitter worden ingezet om de publieke opinie te beïnvloeden.
  • Sue Halpern legt daarnaast uit dat tijdens de afgelopen Amerikaanse verkiezingen Facebook werd ingezet door Trump voor micro-targeting. Mensen werden persoonlijk benaderd door middel van zogenaamde dark posts, berichten zonder afzender, gericht aan bijvoorbeeld een als progressief bekendstaand persoon waarin gehamerd werd op Clintons email-beleid. Als je gericht vooroordelen kunt aanwakkeren, dan kun je meningen en stemgedrag beïnvloeden.

Altijd online zijn heeft dus gevolgen voor hoe we de wereld zien. Daarvan moeten we ons als mediawijze, kritische burgers bewust zijn in een wereld die van alle kanten meningen en manipulatiepogingen op ons afvuurt.

Conclusie

Het is ironisch dat digitale platformen in eerste instantie de individuele gebruiker een koopje, een financieel buitenkansje lijken te bieden – of wat gerichte informatie die de bedoeling heeft hem ongemerkt te manipuleren – en dat in tweede instantie de samenleving als geheel er schade van ondervindt. Ik heb daarvan hierboven twee voorbeelden gegeven.

Good old Jaron Lanier schreef het al 2010 in zijn baanbrekende You are not a gadget (blz. 69): ‘Wat digitale analyse van alle schooltests gedaan heeft met het onderwijs is precies wat Facebook heeft gedaan voor vriendschappen. Beide degradaties zijn gebaseerd op dezelfde filosofische fout, de overtuiging dat computers het menselijke denken of menselijke relaties echt kunnen weergeven. Dit zijn dingen die computers momenteel niet kunnen doen.’ Laten we de menselijke kant dus niet uit het oog verliezen, anders krijgen de online megaplatformen langzaam maar zeker steeds meer invloed.

In dit artikel heb ik laten zien dat de beren die de burger bedreigen verdomd echt zijn. Het minste wat we kunnen doen is jonge mensen voorlichten over wat er grootschalig met onze samenleving aan de hand is. Niet om ze bang te maken, wel omdat ze recht hebben op deze kennis en het onderwijs de plicht heeft jongeren voor te bereiden op het leven in de samenleving. Dit blogartikel is bedoeld om docenten houvast te geven, informatie te leveren om het vak maatschappijleer te updaten richting iets als maatschappijleer 2.0. Verder aan de slag of meer weten? Hier vind je tips en waardevolle bronnen.

Reacties 3

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.