×

We willen graag weten wat je van dit artikel vindt.

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10

Je bijdrage wordt volledig anoniem verwerkt. Bedankt!

Ik wil nu niet meedoen.
vrijdag 6 november 2020 | 60x bekeken | Leestijd: 8 minuten

Ithaka Media Lab leert nieuwkomers in Nederland kritisch naar media kijkenDeze initiatieven maken mensen mediawijzer in én na coronatijd

Als Netwerk Mediawijsheid werken we aan een Nederland waarin iedereen mediawijs is, of op weg is dat te worden. Ook – en juíst – in tijden van corona is dit belangrijk. Daarom de Challenge Nederland Mediawijs 2020. Zes deelnemende initiatieven ontvingen dit voorjaar de stimuleringbijdrage van Netwerk Mediawijsheid. Hemmo Bruinenberg van Common Frames was een van de gelukkigen en vertelt over hun online lespakket voor jonge nieuwkomers: Ithaka Media Lab online.


De Challenge Nederland Mediawijs 2020 luidde als volgt: Kom als netwerkpartner(s) met een initiatief waarmee je mensen in deze coronacrisis (en daarna), extra ondersteunt op het gebied van mediawijsheid. Tijdens de Week van de Mediawijsheid worden de gehonoreerde initiatieven gepresenteerd door de deelnemers. De interviews lees je op het blog.


In april 2020 ontving Common Frames de stimuleringsbijdrage, om elementen uit de lessenserie Ithaka Media Lab naar een online omgeving te brengen. Zo kunnen jonge nieuwkomers in Nederland ook in hun thuisomgeving kritisch met media blijven omgaan. Met begeleiding door docenten én ouders, en op een manier die ook de jongeren actief betrekt in het maakproces.

De jury loofde de aanvraag om de kwaliteit van de lessen en dat deze zo goed aanslaan bij de belangrijke doelgroep: nieuwkomers. Het online plaatsen voegt duidelijke waarde toe. In dit interview blikken we terug op het proces – en kijken we vooruit  – met Hemmo Bruinenberg van Common Frames.

Hoe is het idee voor het project in eerste instantie ontstaan? Welk inzicht was hier de inspiratie voor?

“In maart en april zaten we in een vreemde situatie: alle scholen waren dicht en we konden niet meer direct met onze doelgroep spreken. Voor de doelgroep waar wij mee werken, jongeren die net in Nederland zijn, is school een enorm belangrijke plek. Het geeft structuur in hun dagelijkse invulling en is belangrijk voor hun ontwikkeling hier in Nederland. In deze fase van hun leven is het vaak de enige plek waar ze Nederlands spreken. Daarnaast biedt de school ook het gevoel van geborgenheid en veiligheid. De jongeren kunnen bij docenten terecht met hun vragen. De afstand die ontstond was lastig. Het lukte docenten niet altijd om alle jongeren in beeld te houden. Ook zagen we dat er veel nepnieuws gedeeld werd op sociale media. In mijn eigen netwerk werd dit snel ontkracht, maar hoe doe je dat als je de taal nog niet machtig bent? En er in jouw eigen taal misschien geen bronnen zijn om dit te controleren?”

“Werkend vanachter de computer, vanuit huis, consumeer je nog veel meer media dan als je op school zou zitten.”

“Bij Common Frames hadden we een paar jaar geleden al mooie lessen ontwikkeld omtrent nepnieuws. Deze lessen waren alleen gebaseerd op lesgeven in de klas, dus die waren niet zomaar aan te passen naar de nieuwe situatie. Naar aanleiding van berichten van docenten van Internationale Schakelklassen voelden wij de noodzaak om een aantal lessen naar een online omgeving te vertalen. Juist in deze tijd was het ook belangrijk om met mediawijsheid bezig te gaan. Werkend vanachter de computer, vanuit huis, consumeer je nog veel meer media dan als je op school zou zitten.”

Kun je iets vertellen over de ontwikkeling van het project?

“We hebben een plan gemaakt, een script voor een lesinstructie en we hebben de opdracht voor leerlingen zo geschreven dat ze genoeg hadden aan de info op de website. Voordat we het publiceerden heeft een aantal docenten van Internationale Schakelklassen ons geholpen en feedback geleverd. Binnen drie weken stond de eerste les over nepnieuws online.

Na het publiceren van deze eerste les hebben we in de gaten gehouden hoe deze werd ontvangen en gebruikt. Het was heel leuk om te horen dat er docenten mee aan de slag gingen.

Niet veel later publiceerden we ook de tweede les. Deze ging over het maken van een video-CV. Na het raadplegen van een aantal docenten gaven ze aan dat dit een belangrijk onderdeel was om online te publiceren, omdat veel leerlingen na dit jaar zouden gaan uitstromen naar het reguliere Nederlandse onderwijs. Het is waardevol om dan over jezelf te kunnen vertellen, je bewust te zijn van jouw talenten en ervaring – en misschien zelfs de video-CV te kunnen gebruiken om werk te vinden.”

“Het was een fantastisch proces en in alle facetten waren jongeren actief betrokken.”

“Behalve het ontwikkelen van de lessen waren we ook nog bezig met een ander deel van onze challenge: we wilden een video maken, samen met leerlingen, over de tijd waarin we nu zaten. De leerlingen wilden iets maken voor jongeren zoals zij, die nu net in Nederland aankomen. Zodat deze jongeren (en hun ouders) zouden begrijpen hoe het hier gaat. Het was een fantastisch proces en in alle facetten waren jongeren actief betrokken: de ontwikkeling, het filmen, het acteren, het schrijven van de voice-over en de montage. Hier is uiteindelijk de film ‘Het komt wel goed’ uit voortgekomen.”

Zijn er al mooie (film-)resultaten voortgekomen uit de (online) lessen?

“Zeker! We hebben een aantal mooie video’s toegestuurd gekregen die jongeren zelf hebben gemaakt, we hebben onze eigen opgenomen lesinstructies en de korte documentaire die we met de jongeren maakten. We zijn er trots op dat docenten er echt mee aan de slag zijn gegaan, want dat is altijd even afwachten.Het is extra leuk dat docenten buiten ons directe netwerk ons hebben benaderd. Deze reactie vind ik mooi om te delen:

“Ik ben er inmiddels mee begonnen en ben er samen met de leerlingen enthousiast over! Ik ben heel blij dat er iets goeds is, wat aanspreekt, gericht op ISK leerlingen, met een duidelijke handleiding en suggesties voor de docent.”

De video’s van de jongeren kan ik hier niet delen om privacyredenen, maar het enthousiasme spatte er vanaf!”

Hoe kijken jullie aan tegen het resultaat, en wat was jullie reactie op het winnen van de Challenge?

“We waren ontzettend blij toen we hoorden dat we hadden gewonnen. We wilden dit graag ontwikkelen, maar we hadden niet de middelen om dat te doen. Toen we de prijs wonnen konden we aan de slag om iets te maken wat nog lang gebruikt kan worden. Er staat nu een goede basis in een online omgeving, met veel videomateriaal uit onze verschillende projecten. Hierop kunnen we in de toekomst verder gaan uitbreiden.

De video ‘Het komt wel goed’, die we met de jongeren maakten, is in onze omgeving ontzettend goed ontvangen en (eind oktober) al meer dan 1800 keer bekeken op YouTube. Voor een kleine organisatie als de onze is dat veel, zeker als je ook hoort dat docenten dit aan hun team en hun nieuwe mentorleerlingen laten zien.

Bovendien is het ook opgepakt door docenten buiten ISK-onderwijs. Zo wordt het op het platform geplaatst van het Nivoz (Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken) en NUOVO Scholengroep en wordt het in het voorjaar van 2021 getoond aan 250 leerlingen van een school in Hilversum, in het kader van een themaweek over migratie.”

“Hoe maak je iets wat actueel is en past bij de omstandigheden, maar toch langere tijd mee kan?”

“Dat we nu voor twee lessen video-instructies hebben is te gek, het inspireert ons om hier meer mee te gaan doen. Voor docenten op Internationale Schakelklassen is dit een uitkomst, omdat er vaak weinig ruimte en tijd is om zich te verdiepen in de theorie rondom mediawijsheid. Via deze video’s kunnen wij dit toch overbrengen – en lastenverlaging voor de docent maakt de kans weer groter dat de kennis bij de leerlingen terecht komt.”

Welke uitdagingen zijn jullie tegengekomen tijdens het ontwikkelen?

“De grootste uitdaging voor de ontwikkeling van de lessen was de tijd. We wilden de lessen snel ontwikkelen, zodat docenten er in het schooljaar ook echt nog wat aan hadden. Tegelijkertijd moest het natuurlijk inhoudelijk wel goed zijn en kloppen. We wilden het niet zonder feedback van ons netwerk publiceren. Toen de lessen eenmaal online stonden, eind mei, was de situatie alweer helemaal veranderd. Leerlingen konden in juni bijvoorbeeld weer voor een deel naar school. Dat maakt toch dat prioriteiten van docenten weer veranderen en minder bij een thema als mediawijsheid liggen. De storm rondom het nepnieuws was ook iets meer gaan liggen. Hoe maak je iets wat actueel is en past bij de omstandigheden, maar toch langere tijd mee kan? Als het gaat om mediawijsheid blijft dit een uitdaging.”

Hoe kan het netwerk van Netwerk Mediawijsheid jullie verder helpen?

“Netwerk Mediawijsheid helpt ons al enorm, door onze verhalen te delen en door ons nu ook met deze prijs te ondersteunen. Als we kennis uitwisselen, informatie krijgen over best practices en lesideeën aan elkaar doorgeven, komen we denk ik met elkaar verder.

Via andere inspirerende voorbeelden van andere onderwijsontwikkelaars kunnen wij de vertaalslag maken naar het onderwijs van Internationale Schakelklassen.”

“Ik denk dat Netwerk Mediawijsheid er ook voor kan zorgen dat inclusie nog hogerop de agenda staat van de politiek en de landelijke fondsen.”

“Daarnaast vinden wij het belangrijk dat er aandacht is voor inclusie en diversiteit. We hebben gemerkt dat er, in het lesmateriaal dat we voorbij zien komen, vaak nog te weinig aandacht is voor jongeren met verschillende culturele achtergronden. Het is belangrijk dat iedere leerling zich kan herkennen in het lesmateriaal.

Gelukkig is dit nu langzaam aan het veranderen. Netwerk Mediawijsheid speelt hier een grote rol in. Het Netwerk kan bewaken dat alle doelgroepen worden bereikt en dat bestaande partners hun materialen inclusief maken. Het aanboren van nieuwe doelgroepen die minder op de radar staan, zoals de jongeren waar wij mee werken, is ook belangrijk. Deze vereisen maatwerk als het gaat om mediawijsheid. Dat is vaak minder lucratief, omdat het veel tijd kost en relatief een kleine groep betreft, maar het is wel enorm belangrijk. Ik denk dat Netwerk Mediawijsheid er ook voor kan zorgen dat inclusie nog hogerop de agenda staat van de politiek en de landelijke fondsen, zodat organisaties meer kansen krijgen dit uit te gaan voeren.”

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.