woensdag 13 september 2017 | 45x bekeken | 7x gedeeld | Leestijd: 2 minuten

Hoe men in 1939 weerstand tegen propaganda onderwees

Fake news is misschien een nieuwe term, het concept zelf is veel ouder. Opzettelijke misinformatie voor politieke doelen heette vroeger propaganda, een term die gek genoeg in onbruik lijkt geraakt na de val van de Sovjet-Unie. Mediawijsheid is ook een nieuwe term, maar ook hier geldt dat het idee veel ouder is: ook vroeger bedacht men dat je leerlingen kunt wapenen tegen verkeerde of slechte informatie met onderwijs en vaardigheden. Via Twitter kwam ik op een artikel [preview eerste pagina] uit 1939 waarin verslag wordt gedaan van een experiment in het onderwijzen van ‘weerstand tegen propaganda’.

De eerste zin is al veelzeggend:

“Today the school is being increasingly called upon to teach resistance to propaganda” (p. 1).

De auteur is Wayland W. Osborn, hoogleraar pedagogiek. Osborn verstaat onder het weerstaan van propaganda het kunnen identificeren van acties en meningen die bedoeld zijn om de ander te beïnvloeden. Dat komt overeen met huidige opvattingen van mediawijsheid, waar ook de nadruk wordt gelegd op herkennen – van reclames bijvoorbeeld.

Een definitie van propaganda als alleen pogingen een ander te beinvloeden is vrij beperkt. Onderwijs is immers zelf een poging leerlingen te beinvloeden. De auteur is zich bewust van die overlap, en maakt een onderscheid tussen subversieve beinvloeding (propaganda) en het doorgeven van de waarden van de meerderheid (onderwijs). Dit doet denken aan Althusser’s (1970) opvatting van de school als een Ideologisch Staatapparaat. Voorstanders van mediawijsheid doen er goed aan daar ook eens op te reflecteren – maar dat terzijde.

Methode

Kritisch nadenken over informatie kan zich richten op de inhoud of op de vorm: hoe er een appel wordt gedaan op emoties bijvoorbeeld. Het is deze vorm die onderzocht is. Scholieren van zeventien highschools in Iowa werden in duo’s onderzocht, ze zaten in de laatste twee jaren middelbare school.

Beide groepen werden blootgesteld aan propaganda over de doodstraf. Een groep kreeg zes dagen les in Public Opinion and Propaganda tijdens het vak Social Studies, de andere niet. Na drie weken moesten alle scholieren een aantal opdrachten maken en daarna werden toetsen afgenomen.

Resultaten

Het materiaal bleek geschikt te zijn voor deze lessen in social studies, qua interesse, niveau en organisatie. De meerderheid van de studenten die deze lessen had gevolgd kon naderhand gangbare propagandatechnieken beschrijven en kon de stappen opnoemen die nodig zijn om propaganda te weerstaan. De betrokken docenten gaven aan dat ze dachten dat er betere resultaten behaald hadden kunnen worden als er meer tijd was geweest voor discussie in de klas.

De blootstelling aan propaganda had zowel in de controle- als de experimentele groep effect: na het lezen dachten de scholieren anders over de doodstraf. De herhaalde test na een paar weken liet echter zien dat de groep die les had gekregen in propagandatechnieken zich niet beter kon weren dan de controlegroep: ze waren ongeveer evenzeer beinvloed.

Conclusie

De scholieren die les hadden gekregen in propagandatechnieken konden deze wel opnoemen, maar het onderzoek laat zien dat zij hierdoor niet weerbaarder zijn gemaakt: weten hoe beïnvloeding werkt maakt je er niet minder vatbaar voor.

De aanbevelingen die Osborn doet zouden rechtstreeks uit een recent onderzoek naar mediawijsheid afkomstig kunnen zijn: we moeten meer onderzoek doen en zulke lessen moeten gedurende een hele schoolcarrière aangeboden worden willen ze wel effectief zijn. Toch is zijn eindnoot anders: dit soort onderricht kan nooit dé oplossing zijn tegen propaganda. Een goede les voor professionals in mediawijsheid.

Dit artikel verscheen eerder op Diep Onderzoek.

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.