woensdag 12 juni 2013 | 310x bekeken | 2x gedeeld | Leestijd: 3 minuten

Het land dat in mij leeft – zoektocht naar familiegeschiedenis

Het project ‘Het land dat in mij leeft’ is een van de projecten die is ontstaat uit de Mediawijzer.net Stimuleringsregeling 2012. In dit interview praten we met de makers van Het land dat in mij leeft en de toegevoegde waarden van het project voor het onderwijs.

Wat houdt het project ‘Het land dat in mij leeft’ in?

Het land dat in mij leeft is een schoolbreed, vakoverstijgend project waarbij leerlingen van vmbo 4, havo 5 en vwo 6 op zoek gaan naar hun familiegeschiedenis. Zij voeren deze zoektocht uit samen met hun familie. Daarbij maken ze gebruik van uitdagende opdrachten die worden aangeleverd vanuit verschillende vakken. De leerlingen kunnen zelf een keuze of combinatie maken. Samen met hun familie maken ze een identiteitscirkel, houden ze interviews, maken ze een stamboom en doen ze bronnenonderzoek.

Ze verzamelen alles in een portfolio op de elektronische leeromgeving. Het portfolio geeft antwoord op vragen als: Welke sporen hebben de familieleden achtergelaten? Wat bepaalt de gezamenlijke identiteit? De leerlingen maken een prezi, een e-zine of een weblog waarin ze met foto’s, video, geluid en tekst hun familieverhaal vertellen. De docenten worden getraind en dragen hun kennis en inspiratie over aan de leerlingen. In de bibliotheek krijgen ouderen inspiratie met lezingen en workshops. Ze maken met oude en nieuwe media een portret van zichzelf. De resultaten worden getoond op de projectwebsite, in de bibliotheek en tijdens de individuele diploma-uitreiking.

Voor de leerlingen staat dus alles overzichtelijk in hun digitale leeromgeving en sturen de docenten vaak opdrachten. Voor de docenten hebben we met een stuurgroep en werkgroepen een overzichtelijke organisatiestructuur en korte lijnen.”

Het project is nu op enkele scholen geïntroduceerd. Wat zijn de eerste reacties van de leerlingen?
“Alle docenten zijn geschoold en de eerste resultaten van de leerlingen komen binnen. Leerlingen vinden het interessant en leuk om onderzoek te doen naar zaken die in de sfeer van de eigen familie en familiegeschiedenis liggen. Hierdoor zijn ze erg gemotiveerd en enthousiast.”

En hoe reageren de docenten op dit project?
“De docenten zijn enthousiast, maar we merken ze het wel lastig vinden om hier tijd voor te vinden. Ze hebben al zoveel te doen. Het is daarom lastig om naast de verschillende PTA’s (Programma van Toetsing en Afsluiting) een zelfstandig project te laten lopen. Maar gelukkig begint het project wel zijn plaats te krijgen.”

Waardoor wordt het onderwijs verrijkt met dit project en wat levert het de betrokkenen op?
“Doordat verschillende generaties worden ingezet bij de realisatie van een project ontwikkelen ze gezamenlijk mediavaardigheden, -kennis en -houding. Het versterkt de gezinsstructuren, het begrip en het respect tussen verschillende generaties en culturen.

Naast het feit dat leerlingen het leuk vinden om in hun familiegeschiedenis te duiken,  participeren en produceren ze in een betekenisvolle context. Daarbij is er veel verantwoordelijkheid voor de leerling. Die stelt zijn eigen portfolio samen uit de opdrachten voor de verschillende vakken. Het pakket van didactische middelen kan gemakkelijk worden ingezet op een andere school. Dat wordt mogelijk gemaakt door de aansluiting op het landelijke Programma van Toetsing en Afsluiting en het werken in de cloud.

De toegevoegde waarde voor docenten zit hem in de kennismaking met relevante bronnen en ict-tools die ook in andere situaties kunnen worden toegepast. Daarnaast wordt het actuele thema ‘Mediawijsheid’ in 8 vakken van het curriculum (10 PTA-eindexamenopdrachten) geïmplementeerd.

Met het project doen docenten en leerlingen een veelheid aan competenties, kennis en inspiratie op. Het land dat in mij leeft geeft een boost aan het werken volgens een nieuwe didactiek met andere vaardigheden van leerling en docent.”

Welke uitdagingen zijn jullie tegen het lijf gelopen tijdens dit project?

“De implementatie in de school vergt veel aandacht. Tegelijkertijd heb je in het voortgezet onderwijs natuurlijk te maken met roosterwijzigingen.”

Wat willen jullie over 5 jaar hebben bereikt met Het land dat in mij leeft?
“Over 5 jaar bevindt de looptijd van het project zich in zijn laatste jaar. We vertrouwen er op dat de kennis en vaardigheden die zijn opgedaan in het project zijn beklijfd en blijvend worden toegepast in het curriculum. Misschien dat de opzet met een ander thema weer 5 jaar kan draaien. Duidelijk is dat tijdens en na deze periode steeds alert wordt gekeken naar aanvullende toepassingen om te gebruiken in de lessen. Zowel qua opdrachten als technieken van maken, delen en hergebruiken.”

Betrokken partijen

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.