woensdag 21 december 2016 | 127x bekeken | 9x gedeeld | Leestijd: 5 minuten

Enthousiasme, kennisdeling en een persoonlijke aanpak: Phil Bagge over computational thinking en programmeren op school

Leren programmeren is een veelbesproken onderwerp, ook in andere landen. Phil Bagge is een erkend specialist op het gebied van computational thinking en computerwetenschappen binnen het onderwijs in Groot-Brittannië. Binnen de Hampshire Inspection & Advisory Service (HIAS) is Phil werkzaam als inspecteur en adviseur. Voor de Computing At School Community (CAS) in Zuidoost-Engeland werkt hij als coördinator en expert op het gebied van digitale vaardigheden. Ik heb Phil geïnterviewd over zijn blik op digitale geletterdheid, programmeren en computational thinking in het onderwijs. Ook heb ik hem gevraagd naar zijn tips voor onderwijsprofessionals in Nederland.

“Voor de HIAS voer ik onderzoek uit naar de kwaliteit van onderwijs in het lager onderwijs en in het hoger onderwijs”, vertelt Phil. Samen met de scholen zoekt hij naar manieren om het onderwijs verder te combineren met computerwetenschappen. Ook in de CAS werkt hij samen met leraren en professionals om uit te zoeken hoe het curriculum van computerwetenschappen verder gebruikt kan worden in Engelse scholen. Hoe kunnen wij ons laten inspireren?

Coderen of programmeren

Om een duidelijk zicht te krijgen op computational thinking, een vaardigheid die een groot onderdeel vormt van het curriculum in Engeland, heb ik Phil gevraagd naar hoe hij het verschil ziet tussen programmeren en deze denkvaardigheden: “Allereerst is het belangrijk om te weten dat er een verschil is tussen coderen en programmeren. Als ik een variabele maak en het een waarde geef, dan ben ik aan het coderen. Als ik een probleem moet oplossen en hiervoor computational thinking gebruik, dan ben ik aan het programmeren. Naar mijn idee is programmeren coderen én computational thinking samen.”

Programmeren is het gebruiken van variabelen om een algoritmisch probleem op te lossen. Als we eenmaal een oplossing hebben gevonden, moet er worden gereflecteerd op de oplossing om zeker te maken dat deze oplossing zo efficiënt en correct mogelijk is, en dat de oplossing goed werkt voor de menselijke gebruiker. Deze bredere denkvaardigheden zijn de basis van het probleemoplossend werken met computers. Leren programmeren gaat het beste als er wordt gewerkt met realistische problemen, zodat leerlingen kunnen zien wat het belang is van computerwetenschap en een relatie kunnen leggen met de technologie om hen heen.

Ontwikkelen van denkvaardigheden

In Nederland zijn er veel projecten die gericht zijn op programmeren, computational thinking en digitale geletterdheid. Phil denkt dat het vooral belangrijk is dat er wordt gefocust op het ontwikkelen van deze denkvaardigheden: “Niet iedereen zal een professionele programmeur worden door computerwetenschappen in een curriculum te verwerken. Iedereen kan wél de denkvaardigheden ontwikkelen.” Phil geeft aan dat deze vaardigheden veel kunnen worden toegepast in zowel het dagelijks leven als in professionele omstandigheden.

Het begint bij de leraar

Phil geeft aan dat de impact van kleine, lokale projecten en de rol van de leraar niet moet worden onderschat: “Het is namelijk de leraar die de lessen geeft. Hij of zij weet het beste wat de leerlingen nodig hebben. Wel moedig ik leraren aan om te bloggen over hun projecten en er ideeën over uit te wisselen op een nationaal platform. Dit creëert een community-of-practice (CoP) waarvan elke leraar kan leren.” Zo’n community hoeft zich niet te beperken tot nationale grenzen: “Ik wil juist Nederlandse leraren en leraren in het Verenigd Koninkrijk uitnodigen om hun kennis en ervaringen uit te wisselen”. Daarbij geeft Phil aan dat de houding van leraren tegenover IT belangrijk is richting leerlingen: “Zoals bij alle schoolvakken, reflecteert deze houding zich op de leerlingen. Als een leraar negatief tegenover de mogelijkheden van digitaal onderwijs staat, dan zullen leerlingen dit gevoel overnemen.”

CTRL+C, CTRL+V

Phils leerlingen reflecteren op hun leerervaringen door gebruik te maken van video’s: “Dit helpt ze om erachter gekomen wat ze hebben gedaan en het helpt mij om hun niveau van begrip te bepalen.” Als meer leraren dit zouden doen en hun bevindingen delen in een CoP zou deze community veel meer waard worden. Door het reflecteren heeft Phil onder andere gezien dat leerlingen in het vak computerwetenschappen vaak het werk van anderen kopiëren of dat leerlingen het werk voor elkaar doen. Leraren moedigen deze houding aan door het te verwarren met samenwerking. Phil is overtuigd van de kracht van het individueel oplossen van problemen en moedigt studenten en leraren dan ook aan om enkel tips te geven en geen volledige oplossingen. Phil heeft hierover geschreven in een blogartikel.

Persoonlijke focus

Soms is de ongelijkheid tussen jongens en meisjes in de wereld van ICT nog steeds aanwezig. Om de vooroordelen te ontkrachten, zegt Phil dat het belangrijk is om te weten dat computerwetenschappen een vak is dat openstaat voor iedereen: “Het onderwijzen van dit vak zou zich dan ook moeten focussen op verschillende aspecten van het dagelijks leven, bijvoorbeeld: taal, design, technologie, muziek en games. Op deze manier is elke leerling in staat om een verbinding te leggen tussen het vak en zijn of haar persoonlijke interesses. Leraren moeten dan ook niet hun eigen voorkeur opleggen, maar leerlingen in staat stellen deze verbinding te vinden.”

Geleidelijke benadering en uitdagen van ouders

Om mijn gesprek met Phil af te sluiten, heb ik hem gevraagd om tips die hij Nederlandse onderwijsprofessionals wil meegeven. Hieronder een aantal tips en trucs:

  • Het is belangrijk om eerst een goede kennisbasis te leggen door training. Zonder ervaring beginnen, maakt het lesgeven minder waardevol. Deze basis moet ook het gevoel van hulpeloosheid bij leraren wegnemen.
  • Het is goed om een geleidelijke benadering van het vak uit te voeren met de leerlingen: start niet meteen met grote, complexe problemen, maar hak deze in stukken. Op deze manier is zowel de leerling als de leraar in staat om zelfvertrouwen te krijgen.
  • Kijk naar het huidige niveau van de leerlingen en ga daar mee verder.
  • Begin met enthousiaste leraren: zij zullen hun ervaringen vastleggen en deze ook willen delen. Probeer deze houding op anderen over te brengen.
  • Daag ook ouders uit. Op dezelfde manier waarop ouders begrijpen dat het voor hun kinderen belangrijk is dat zij een goede kennis van wiskunde hebben, moet het hen duidelijk zijn dat computational thinking ook ten grondslag ligt aan hun carrière.

Al met al heeft Phil mij een hoop verteld over zijn werk en passie. Het was een geweldig en inspirerend gesprek en met dit artikel hoop ik deze inspiratie over te brengen. Ik hoor dan ook heel graag wat jouw ideeën zijn over computational thinking, computerwetenschappen en digitale geletterdheid. Laat het me weten in een reactie of stuur me een tweet (@ChrisSchoonens). Als je meer over Phil Bagge wilt weten, bezoek dan zijn website of Twitter-account (@Baggiepr).

Reacties 2

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.