donderdag 21 augustus 2014 | 355x bekeken | 9x gedeeld | Leestijd: 4 minuten

De Netwerkmaatschappij deel 5: tips voor mediacoaches, het onderwijs en bibliotheken

In deel 4 van de Netwerkmaatschappij schreef ik over het tweede machine tijdperk die nu gaande is en de twee unieke ontwikkelingen die daaruit voor zijn gekomen: 1) de opkomst van bruikbare Artificiële Intelligentie en 2) digitale netwerken en collectieve intelligentie. In dit artikel geef ik tips hoe wij mediacoaches, onderwijs en bibliotheken op deze ontwikkelingen kunnen inspelen.

Dit blogartikel is onderdeel van mijn serie artikelen over de netwerkmaatschappij. Met deze serie wil ik mediacoaches, het onderwijs en vooral jonge mensen (of netwerkpartners die zich richten op jonge mensen) handvatten geven voor het leven in de netwerkmaatschappij. (Foto hierboven: rachaelvoorhees)

21ste eeuwse vaardigheden in het onderwijs
SLO en Kennisnet noemen 21ste eeuwse vaardigheden en digitale geletterdheid noodzakelijk voor het onderwijs om zich aan te passen aan de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Lees in deel 3 van deze serie hoe je een groot deel van die vaardigheden en digitale geletterdheid kunt integreren op een school, zonder het curriculum om te gooien.

Een van de voorbeelden om het onderwijs aan te passen is die van een lagere schoolklas in de VS die intensief gebruik maakt van de Khan Academy. Als je kritisch naar de video’s van de Khan Academy kijkt, dan zie je dat het vernieuwende niet zit in de kwaliteit van de video’s (er ligt een parallel met de situatie in Nederland, hier is digitale content vaak ook onder de maat). Het innovatieve zit hem wél in het overzichtsscherm waarop de docent de vorderingen van zijn of haar leerlingen ziet en op basis daarvan individueel kan ingrijpen. Omdat de docent de individuele vorderingen – of het gebrek daaraan – preciezer kan volgen, kunnen juist leerlingen met een grote achterstand spectaculaire vorderingen maken. (Uit het boek We worden steeds slimmer – WWSS blz. 194 – 196 en 201)

Tip – Denk goed na over deze vraag: als je digitale leermiddelen in wilt zetten op school, op welke punten verwacht je een meerwaarde t.o.v. de bestaande situatie? En wordt die elders gerealiseerd?

Met wiskunde leren programmeren
De wiskundige Seymour Papert realiseerde zich dat leerlingen niet echt met wiskunde in aanraking komen op school. Het is alsof ze Frans leren zonder iemand te horen die Frans spreekt. Leren programmeren is een manier om leerlingen te introduceren in ‘Wiskundeland’. Bijna vijftig jaar geleden was Paperts visie al dat leerlingen moeten leren de computer te programmeren i.p.v. dat ze door de computer geprogrammeerd worden. (WWSS blz. 208)

“Zoals een rechtenstudie studenten een instrumentarium biedt om over rechtvaardigheid na te denken, levert leren programmeren je de hulpmiddelen voor kritisch nadenk over het digitale leven” – Douglas Rushkoff boek Program Or Be Programmed (WWSS blz. 215)

Tip aan bibliotheken –  Geef de ruimte aan programmeerclubs, bijvoorbeeld geleid door studenten wiskunde. Op deze manier geef je jonge mensen die wellicht op school of thuis zich onvoldoende kunnen ontwikkelen, de kans tóch te excelleren.

Collectieve intelligentie: haal er meer uit
Onderzoeker Steve Graham laat zien dat schrijven over een tekst betere resultaten oplevert dan alleen lezen en herlezen, bestuderen, bespreken en leesinstructie krijgen. (WWSS blz. 203)

Leerlingen zijn over het algemeen moeilijk te motiveren om voor hun docent te schrijven, maar als ze online moeten schrijven in een blog bijv., dan liggen de zaken anders. Ze zijn zich dan bewust van een lezend publiek.

Tip – Laat leerlingen schrijven over wat ze gelezen hebben en gebruik maken van hun eigen netwerk (elkaar, buren, grootouders, ooms en tantes, vrienden en bekenden) om te leren.

Iets wat ik ook in de mediatheek bij mij op school zie en in de OBA in Amsterdam: leerlingen helpen elkaar graag door elkaar te overhoren en van elkaar te leren. (WWSS blz. 214)

Tip – Richt een ruimte in op je school of bibliotheek waar leerlingen ongestoord en evt. begeleid kunnen werken tijdens tussenuren en na school, daarmee verhoog je het onderwijsrendement van je school/bibliotheek.

Waar ik ook goede ervaringen mee heb is erachter komen welke informatie individuele leerlingen nodig hebben en hen deze informatie specifiek doorsturen. Leerlingen zien dan de zin van die informatie in. Ik geloof echt in het principe dat als leerlingen eenmaal kennis gemaakt hebben met informatie die voor hen het verschil maakt (tussen een goede en slechte beoordeling), dat zij daarna meer gemotiveerd zijn om op zoek te gaan naar goede relevante informatie: vind en gij zult zoeken.

Tip: Geef vorm aan digitale informatie gericht op subgroepen van de organisatie waarvoor je werkt. Een voorbeeld is Rijksstudio.

Aan de slag met informatievaardigheden
Om op genetwerkte digitale kennis te vertrouwen, is een gezonde dosis scepsis een vereiste. Het is een vaardigheid die met dezelfde toewijding zou moeten worden onderwezen als wiskunde en schrijven. Een kritische houding van leerlingen bewerkstelligen tegenover informatie, dat kunnen wij mediacoaches of mediathecarissen niet alleen voor elkaar krijgen, daar hebben we de hulp van leraren voor nodig.

Tip aan leraren – Als jullie een onderwerp behandeld hebben met een klas, bekijk dan samen met die klas informatie op internet over dat onderwerp. Klopt het? Zo nee, waarom niet ?

Laten we stoppen we met dagdromen over wat er allemaal zou moeten gebeuren in het onderwijs en daarbuiten en beginnen met het zetten van concrete stappen. Hierboven heb ik er enkele genoemd, hebben jullie er meer?

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.