donderdag 4 maart 2010 | 743x bekeken | 0x gedeeld | Leestijd: 3 minuten

De invloed van sociale relaties op ons geluk

Hoe dragen sociale contacten bij aan ons geluk? En wat is daarbij het verschil tussen online en offline sociale contacten? Onlangs publiceerde ik namens het Leefritme Kenniscentrum het 3de deel van een driedelig onderzoeksprogramma over de invloed van online en offline sociale relaties op ons geluk. In dit onderzoek is er gekeken welke elementen in sociale relaties invloed uitoefenen op leefritme en geluksperceptie. Ook hebben we de volgende elementen geïdentificeerd die bijdragen aan geluk:

– De intensiteit van de beleving van sociale relaties
– De overlap tussen on- en offline sociale contacten
– De mate van initiatief nemen in sociale contacten/op sociale netwerken

Het is dus niet het aantal vrienden die bepalen of je al dan niet gelukkig bent, niet het aantal followers op Twitter die bepalen hoe succesvol je bent, maar wat je met die vrienden doet en hoe actief je ermee omgaat.

Daarnaast blijken nogal wat oude waarheden uit de offline sociale wereld ook online van toepassing. Contacten vragen bijvoorbeeld best een investering – vooral in tijd – om uit te groeien tot echte vrienden. Maar hebben we dan zoveel meer tijd te besteden nu het aantal online ‘vrienden’ vaak vele malen groter is dan onze ‘offline’ vrienden ?

Tijd besteed aan sociale netwerksites
In het onderzoek geeft maar liefst 26,4% van de mensen met een groot geluksgevoel aan tenminste een uur per dag bezig te zijn met sociale netwerksites, tegenover 20,7 % van de minder gelukkige mensen. Het zijn vooral jongeren (15-24 jaar) die het meest actief zijn (meer dan een uur per dag: 13.6% vs 7.3%).

Hoe vaak trekken we een uur uit om doelbewust met onze vrienden offline bezig te zijn ? Tijdsinvestering als een indicator van de intensiteit is er uiteraard slechts één. Naast de hoeveelheid tijd die we investeren is het interessant om te zien wat Nederland aangeeft op sociale netwerksites te doen.

Wat maakt ons dan zo gelukkig?
Als meest belangrijke functionaliteit van een online sociaal netwerk, geeft men aan dat men informatie met elkaar kan delen (zie onderstaande grafiek). Dit gaat des te meer op voor diegenen met een groter geluksgevoel (“heel gelukkig” 79.6% vs 73.2%).

Jongeren (15-24 jaar en 25-34 jaar) zijn, dan weer, meer dan anderen, vooral geïnteresseerd in het kunnen volgen wat hun vrienden doen (resp. 30.7% en 34.0% vs 22.1%).

Het informatie kunnen delen met elkaar duidt daarbij op een heel ander motief dan de overige activiteiten. Zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve respondenten praten makkelijk over het plezier en de voldoening die het volgen van wat er bij vrienden zoal gebeurd geeft. Dit zou je wel onschuldig voyeurisme kunnen nomen. Maar als we respondenten vragen naar de tevredenheid van mensen van het delen van hun eigen belevenissen en eigenaardigheden zijn ze daar veel minder uitgesproken over.

Ook de aanwezigen bij de Social Media Club in Amsterdam waar het onderzoek – bijna allemaal fervente twitteraars – gaven slechts aarzelend toe dat er best wel een stukje exhibitionisme komt kijken bij het posten van dagelijkse belevenissen en gedachten/visies.

Overlap online en offline contacten
De opvallendste uitkomst van het onderzoek is echter dat het de mate van overlap van je on- en off line “vrienden” blijkbaar sterk overeenkomt met een hogere geluksbeleving. Het online in contact zijn met je offline vrienden en vice versa geeft een verdieping van de relatie die bijdraagt aan een hogere geluksperceptie. We herkennen dit blijkbaar allemaal en velen geven dan ook aan de goede “online only” vrienden “ooit” offline te willen zien.

Dat het (always) on-line beschikbaar hebben van je vrienden een gevoel van nabijheid zowel fysiek – afstand – als psychisch – intimiteit oplevert is een fenomeen wat nog verder onderzoek verdiend.

Wat mij, als directeur van het Leefritme kenniscentrum, echter nog meer boeit, is om te doorgronden wat het “offline” contact vooralsnog zoveel “intenser” maakt. We weten dat vriendschap emotionele, cognitieve en fysieke componenten heeft en dat communicatietechnologie ondertussen redelijk veel van de fysieke component kan reproduceren. We horen en zien elkaar op afstand als we dat willen en dus blijven zintuiglijke aspecten als blijven voelen en ruiken over om het verschil te maken. Met Valentijn voor de deur blijf ik dus benieuwd naar wat het is dat “elkaar in de ogen kunnen kijken” zo’n belangrijk component in ons sociale leven maakt.

Drs. Philip De Wulf heeft meer dan 15 jaar ervaring in o.a. marketingstrategie en merkenmanagement, met expertise in global marketing. Hij is directeur van het Leefritme Kenniscentrum. Voor meer info en het volledige onderzoeksrapport: www.leefritme.nl.

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.