×

We willen graag weten wat je van dit artikel vindt.

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10

Je bijdrage wordt volledig anoniem verwerkt. Bedankt!

Ik wil nu niet meedoen.
maandag 4 maart 2019 | 109x bekeken | Leestijd: 5 minuten

Boekrecensie: Alternatieve feiten – De psychologie van nepnieuws

Wie bij bol.com het woord nepnieuws intypt en dan selecteert dat het om boektitels moet gaan, komt een kleine tien titels tegen. Het valt dus nog wel mee met het boekenaanbod in het Nederlands taalgebied. Ter vergelijking: in het Engels kom je ruim 200 titels tegen. De historicus (Han van der Horst), de filosofen (Susan Neiman en Julian Baggini) en journalisten en mediawetenschappers (Nepnieuwsexplosie) hebben vanuit hun achtergrond hun licht laten schijnen over het verschijnsel nepnieuws. Interessant dus om eens vanuit psychologisch perspectief naar nepnieuws te kijken.

In Alternatieve feiten doet Eric Rassin (bijzonder hoogleraar rechtspsychologie aan de Erasmusuniversiteit) in zo’n 150 pagina’s uit de doeken wat nepnieuws is en waarom we ons er eigenlijk slecht tegen kunnen wapenen. Het boek kreeg een lovende recensie in de Volkskrant, maar ik was na lezing teleurgesteld.

Rassin verwijst in het eerste hoofdstuk naar wetenschappelijk nepnieuws: een nieuwsverhaal over wetenschappelijk onderzoek dat niet juist is. Het is bekend dat journalisten daar nog wel eens de fout ingaan. Wetenschappers zelf overigens ook; journalist Hans van Maanen had er jarenlang een rubriek over in de Volkskrant. Rassin gaat uitvoerig in op de objectieve methode die wetenschappers gebruiken om theorieën te toetsen. Een lesje ‘onderzoek leren lezen’ als het ware. Iets wat op de opleiding journalistiek al een aantal jaren goed gebruik is.

In volgende hoofdstukken toont Rassin aan de hand van een groot aantal voorbeeldonderzoeken aan waarom we kunnen bezwijken onder groepsdruk, hoe het geheugen werkt, waarom onze hersenen in staat zijn om ‘recht te praten wat krom is’ en waarom mensen vooral op zoek zijn naar informatie die past bij hun eigen wereldbeeld. Logischerwijs komt dat onderzoek vooral uit zijn eigen vakgebied. In de conclusie geeft Rassin een aantal tips waarmee we kritisch naar nieuws kunnen kijken. Waarom was ik teleurgesteld na lezing?

Duidelijke definitie ontbreekt

Dat begint al in het eerste hoofdstuk. Je zou je kunnen beperken tot wat Rassin wetenschappelijk nepnieuws noemt, maar de auteur verzuimt om hier een goede definitie van te geven. Liegen, roddelen, vergissen, informatie verzwijgen: Rassin veegt alles op een grote hoop terwijl hij als wetenschapper toch moet weten dat onderzoek begint met het formuleren van definities. Juist bij een begrip als nepnieuws dat te pas en te onpas gebruikt wordt en dat – met dank aan Trump – snel geassocieerd wordt met professionele journalistiek, is een duidelijke definitie van belang.

De afgelopen jaren is er een flinke hoeveelheid (wetenschappelijke) publicaties verschenen, waarin duidelijk wordt gemaakt wat onder nepnieuws wordt verstaan. Wie het interessant vindt, kan bijvoorbeeld deze Unescobundel eens bekijken. Hierin is niet alleen een definitie gegeven, maar is ook mooi lesmateriaal te vinden. Engelstalig, dat wel, maar dat mag in het hoger onderwijs geen probleem zijn.

Mediamacht

Ook waar Rassin schrijft over de macht van de media stelt hij teleur. Hij doet daarover een aantal uitspraken die vooral gebaseerd zijn op zijn eigen waarnemingen en ervaringen met de journalistiek. Althans zo lijkt het. Opnieuw blijft een onderbouwing uit. Heel jammer dat Rassin bijvoorbeeld niet een blik heeft geworpen op een blog als Stukroodvlees, waarin politicologen en communicatiewetenschappers schrijven over media-invloed.

Waarschijnlijk is Rassin op z’n best als hij schrijft over het vakgebied waarin hij gespecialiseerd is: de (rechts)psychologie. Dat deel van het boek is moeilijk te beoordelen voor iemand die niet het hele vakgebied kan overzien. Een aantal experimenten en tests is bekend en deze zijn ook terug te vinden in bijvoorbeeld Media en Publiek van Connie de Boer en Swantje Brennecke, over de impact van media, dat op de opleiding journalistiek wordt gebruikt. Bovendien leggen De Boer en Brennecke in dit boek duidelijk uit waarom het zo complex is om media-impact aan te tonen. Ook mediapsycholoog Jaap van Ginneken geeft in zijn boek De schepping van de wereld in het nieuws duidelijk weer waarom de werkelijkheid die we via de media voorgeschoteld krijgen iets anders is dan ‘de echte werkelijkheid’.  De voorbeelden in Van Ginneken zullen wat gedateerd aandoen, maar het boek biedt wel een mooie inkijk in de werking van media.

Gouden tip – of niet?

In het laatste hoofdstuk geeft Rassin een aantal tips als wapen tegen nepnieuws. En tot slot de ‘gouden tip’: richt je leven zo in dat nieuws er een minder cruciale rol in speelt. Om twee redenen is dat echt jammer. Ten eerste doet de autoriteit op dit gebied James Potter, auteur van het boek Media Literacy, de oproep om niet minder maar juist meer nieuws te lezen/luisteren/kijken. Want dan pas leer je kritisch te denken en kun je onderscheid maken tussen verschillende bronnen. Ten tweede vergeet Rassin dat professionele journalistiek nog altijd een belangrijke rol speelt in democratische samenlevingen. Maar misschien was de laatste tip wel ironisch bedoeld.

Tot slot

Als ik docent was in de bovenbouw van het primair onderwijs of de onderbouw van het voortgezet onderwijs die moet woekeren met haar tijd, zou ik bijvoorbeeld kiezen voor het nieuwste lespakket van Nieuws in de klas met als titel Journalistiek als wapen tegen desinformatie en nepnieuws, in plaats van dit boek te lezen.

Om nepnieuws te kunnen doorgronden, is het misschien handig om enige achtergrondkennis te hebben van begrippen uit de psychologie die Rassin behandelt. Maar het lespakket van Nieuws in de klas biedt leerkrachten voldoende houvast en begint in ieder geval met een heldere en algemeen aanvaarde definitie van nepnieuws. Ook wordt in dit lespakket duidelijk gemaakt wat de journalistieke werkwijze is. Bovendien worden leerlingen aangespoord om zelf na te denken over bijvoorbeeld het verschil tussen nepnieuws en desinformatie. Net zoals in dit filmpje van de Universiteit van Vlaanderen.

Netwerk Mediawijsheid ontving een recensie-exemplaar van dit boek van uitgeverij Scriptum en vroeg blogger Gonnie Eggink om het boek te recenseren. Bloggers delen hierbij hun eigen mening. Netwerk Mediawijsheid maakt altijd zelf de beslissing om een gekregen product wel of niet te (laten) recenseren en ontvangt hiervoor geen vergoeding.

Meer lezen over nepnieuws:

» Is een verbod op nepnieuws wel het antwoord?
» Boekrecensie – ‘Nepnieuws: een wereld van desinformatie’
» Mediawijsheid, digitale geletterdheid en ons leven in media
» Het vaccin tegen de nepnieuws-epidemie

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.