vrijdag 14 september 2012 | 368x bekeken | 0x gedeeld | Leestijd: 2 minuten

Allochtone ouders onvoldoende ondersteund bij mediaopvoeding

Allochtone ouders hebben behoefte aan mediaopvoedingsondersteuning, maar zowel in hun wijk als op internet wordt niet aan hun vraag voldaan. Dit blijkt uit een onderzoek van Miramedia en Pharos naar ‘mediaopvoedondersteuning’ voor allochtone ouders in achterstandswijken.

Overeenkomsten allochtone en autochtone ouders
Uit het onderzoek blijkt dat allochtone ouders op eenzelfde wijze gebruik maken van het internet als autochtone ouders. Ouders halen informatie op, kijken naar YouTube, zitten op Facebook, Skypen, doen inkopen en bankieren via het internet.

Ook hebben allochtone ouders dezelfde vragen rond opvoeding en internetgebruik van hun kinderen. Ouders vragen zich af wat hun kinderen precies doen, hebben het idee dat hun kinderen veel meer computervaardigheden hebben en maken zich zorgen over bijvoorbeeld mogelijke pesterijen, verkeerde contacten of ongewenste informatie en porno.

Allochtone ouders hebben ook dezelfde behoeften aan opvoedingsondersteuning, namelijk:

  • themabijeenkomsten
  • informatie vanuit de basisschool
  • computeractiviteiten met kinderen
  • weten hoe je kinderen kan begeleiden in internetgebruik
  • chatten met andere ouders
  • technische informatie over bijvoorbeeld filters op het internet
  • verhoging van eigen vaardigheden op de computer

Het enige verschil met autochtone ouders is dat ouders uit sommige bevolkingsgroepen de voorkeur geven aan het bezoeken van websites uit het land van herkomst. Dit laatste is mede afhankelijk van het aanbod dat het moederland heeft op dit gebied.

Onvoldoende aanbod
Hoewel de vragen van allochtone en autochtone ouders hetzelfde zijn, blijkt uit gesprekken met organisaties en ouders in de wijk, literatuuronderzoek en een internet scan, dat allochtone ouders nog nauwelijks toegang hebben tot opvoedingsondersteuning. Ook is er een gebrek aan mediacoaches met een interculturele achtergrond die taalbarrières en cultuurverschillen makkelijk kunnen overbruggen. Op websites en mediacoachopleidingen wordt weinig aandacht besteed aan allochtone ouders. In de teksten en het beeldmateriaal kunnen allochtone ouders zichzelf niet terugvinden.

Vraag en aanbod komen niet bij elkaar
Reguliere lokale organisaties zoals bijvoorbeeld bibliotheken, geven aan dat  ze allochtone ouders slechts mondjesmaat bereiken.
Daarnaast zijn er wel brochures, websites, ouderavonden en landelijke cursussen over mediaopvoedondersteuning,  maar die houden meestal geen rekening met taalbarrières en diversiteit.

Verder zijn er weinig mediacoaches  (professionals in welzijn en onderwijs die kinderen en ouders kritisch leren omgaan met de media) met interculturele competenties en besteden opleidingen tot mediacoach nauwelijks aandacht aan diversiteit.

Om een inhaalslag mogelijk te maken worden momenteel de volgende activiteiten ontwikkeld:

  • procesbeschrijvingen van nieuwe wervingsmethoden en aanvullend voorlichtingsmateriaal voor mediawijsheid instellingen gericht op de Turkse en Marokkaanse groepen;
  • screening van het huidige voorlichtingsmateriaal voor ouders wat betreft taal, beeldmateriaal en abstractieniveau;
  • screening van de programma’s van mediacoachopleidingen op cultuursensitiviteit
  • het opzetten van een netwerk van interculturele mediacoaches die ingehuurd kunnen worden in met name multiculturele wijken
  • intercultureel (bij)scholingsaanbod voor mediawijsheid professionals.
  • 15 opgeleide interculturele mediacoaches;
  • ontwikkeling en integratie van intercultureel materiaal in het reguliere cursus- en mediawijsheid aanbod.

Lees meer in de rapportage ‘Allochtone ouders en de digitale generatiekloof’

Laat een reactie achter

Reacties die geplaatst worden zonder in te loggen, worden eerst goedgekeurd door de redactie.